klassieke versie

Na de voleinding van de predikatie en van het gewone gebed zal de dienaar aldus spreken tot het volk:
Geliefde broeders, het is u bekend hoe wij nu tot drie onderscheiden reizen den naam van onzen medebroeder N., hier tegenwoordig, openlijk voorgesteld hebben, om te vernemen of iemand wat had, hetzij zijn leer of zijn leven aangaande, waarom hij niet zou mogen bevestigd worden in den dienst des Woords. Het is nu alzo dat ons niemand is verschenen die iets wettigs voorgebracht heeft tegen zijn persoon; waarom wij thans in den Naam des Heeren zullen voortvaren tot zijn bevestiging.

Daartoe zult gij, N., en allen die hier tegenwoordig zijt, vóór alle dingen aanhoren uit het Woord Gods een korte verklaring van de inzetting en het ambt der herders of dienaars des Woords. Alwaar eerstelijk valt op te merken dat God, onze hemelse Vader, willende uit het verdorven menselijk geslacht een gemeente roepen en vergaderen ten eeuwigen leven, door een bijzondere genade daartoe gebruikt den dienst van mensen. a Hierom zegt Paulus, Ef. 4, dat: de Heere Christus gegeven heeft sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars; tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing van het lichaam van Christus. Daar zien wij dat de heilige apostel onder anderen zegt dat het herdersambt een instelling van Jezus Christus is.
Wat nu dit heilig ambt medebrengt, kunnen wij lichtelijk uit den naam zelven afleiden. Want gelijkerwijs het werk van een gewonen herder is, de kudde (die hem bevolen is) te weiden, te leiden, voor te staan en te regeren; alzo gaat het ook toe met deze geestelijke herders, die gesteld zijn over de gemeente, die God roept tot de zaligheid, en houdt ze als voor schapen Zijner weide. Nu is de weide waarmede deze schapen geweid worden, niet anders dan de verkondiging des Goddelijken Woords, met de aanklevende bediening der gebeden en der heilige sacramenten. Hetzelfde Woord Gods is ook de staf waarmede deze kudde geleid en geregeerd wordt.

Dienvolgens is het openbaar dat het ambt der herders of der dienaars des Woords is:

  • Eerstelijk, dat zij des Heeren Woord, door de Schriften der Profeten en Apostelen geopenbaard, grondig en oprechtelijk aan hun volk zullen voordragen, en het toeeigenen, zo in het gemeen als in het bijzonder, tot nuttigheid der toehoorders, met onderwijzen, vermanen, vertroosten en bestraffen, naar eens iegelijks behoefte, verkondigende de bekering tot God, en de verzoening met Hem door het geloof in Jezus Christus, en wederleggende met de Heilige Schrift alle dwalingen en ketterijen, die tegen deze zuivere leer strijden. Dit alles wordt ons klaarlijk te kennen gegeven in de Heilige Schrift; want de apostel Paulus zegt dat dezen arbeiden in het Woord; b en elders leert hij dat zulks moet geschieden naar de mate of regel des geloofs. c Hij schrijft ook dat een herder aan het getrouwe of oprechte woord, dat naar de leer is, moet vasthouden, en dat recht snijden; d insgelijks: die profeteert (dat is Gods Woord predikt), spreekt den mensen stichting en vermaning en vertroosting. e Op een andere plaats stelt hij zichzelven aan de herders voor tot een voorbeeld, verklarende dat hij, in het openbaar en bij de huizen, geleerd en betuigd heeft de bekering tot God en het geloof in Jezus Christus. f Maar inzonderheid hebben wij een zuivere beschrijving van het ambt van een dienaar des Evangelies, waar de apostel aldus spreekt: Al deze dingen zijn uit God, Die ons met Zichzelven verzoend heeft door Jezus Christus, en ons (namelijk den apostelen en herders) de bediening der verzoening gegeven heeft. Want God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende, en heeft het woord der verzoening in ons gelegd. Zo zijn wij dan gezanten (of ambassadeurs) van Christuswege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christuswege: Laat u met God verzoenen. g Belangende de wederlegging der onzuivere leer, zegt dezelfde apostel, dat een dienaar aan het Woord Gods moet vasthouden, om de tegensprekers te wederleggen en den mond te stoppen. h
  • Ten tweede is het ambt der herders, de openbare aanroeping van Gods Naam te doen vanwege de gehele gemeente. Want hetgeen de apostelen zeggen: Wij zullen volharden in het gebed en in de bediening des Woords, i dat hebben deze herders met de apostelen gemeen. Waarop de heilige Paulus ziende, tot Timótheüs aldus spreekt: Ik vermaan dan vóór alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen voor alle mensen, voor koningen en allen die in hoogheid zijn; enz. j
  • Ten derde is hun ambt de sacramenten te bedienen, die de Heere heeft ingesteld tot zegelen Zijner genade; gelijk blijkt uit het bevel, den apostelen door Christus gegeven, en den herders ook aangaande: Doopt hen in den Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes. k Insgelijks: Want ik heb van den Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb, dat de Heere Jezus in den nacht in welken Hij verraden werd, het brood nam; enz. l
  • Ten laatste is het werk van de dienaars des Woords, de gemeente Gods in goede tucht en orde te houden en te regeren, op zulke manier als de Heere geordineerd heeft. Want Christus, gesproken hebbende van de christelijke straf, zegt tot Zijn apostelen aldus: Al wat gij op de aarde binden zult, zal in den hemel gebonden wezen. m En Paulus wil dat de dienaars hun eigen huis wel weten te regeren, dewijl zij anders niet voor de gemeente Gods zouden kunnen zorg dragen, noch die regeren. n Dit is de oorzaak waarom de herders in de Schrift ook genoemd worden huisverzorgers Gods, en bisschoppen, dat is, opzieners en wachters; want zij hebben opzicht over het huis Gods, waarin zij verkeren; teneinde aldaar alles met goede orde en betamelijkheid moge toegaan, en dat met de sleutelen des hemelrijks, die hun bevolen zijn, ontsluiting en toesluiting gedaan worde, volgens den last, hun van God gegeven. o

Uit deze dingen kan men zien welk een heerlijk werk het herdersambt is, nademaal zo grote dingen daardoor uitgericht worden; ja, hoe gans noodzakelijk het is om de mensen ter zaligheid te brengen. Hetwelk ook de oorzaak is waarom de Heere wil dat zulk een ambt altijd zal blijven. Want aldus spreekt Christus, Zijn apostelen uitzendende om deze heilige bediening te doen: Zie, Ik ben met ulieden tot de voleinding der wereld; p alwaar men ziet dat het Zijn wil is dat deze heilige dienst (want de personen die Hij daar aanspreekt, konden niet leven tot de voleinding der wereld) te allen tijde op aarde onderhouden worde. En hierom vermaant Paulus Timótheüs, hetgeen hij van hem gehoord had, aan getrouwe mensen te betrouwen, welke bekwaam zijn om anderen te leren; q gelijk hij ook dienvolgens Titus geordineerd hebbende tot een herder, hem voorts beveelt van stad tot stad ouderlingen en opzieners te stellen. r

Dewijl dan ook wij, om dezen dienst in de Kerke Gods te onderhouden, nu een nieuwen dienaar des Woords in den dienst instellen, en tot nog toe genoeg van het ambt der zodanigen gesproken hebben; zo zult gij, N., antwoorden op hetgeen u voorgehouden zal worden, teneinde een iegelijk moge horen dat gij gezind zijt den voorzeiden dienst, zoals het behoorlijk is, aan te nemen.

  • En eerstelijk vraag ik u, of gij gevoelt in uw hart dat gij wettiglijk van Gods gemeente, en mitsdien van God Zelven, tot dezen heiligen dienst geroepen zijt?
  • Ten tweede, of gij de Schriften des Ouden en Nieuwen Testaments voor het enige Woord Gods en de volkomen leer der zaligheid houdt, en alle leringen verwerpt die daartegen strijden?
  • Ten derde, of gij belooft uw ambt, gelijk dit voorheen beschreven is, naar deze leer getrouwelijk te bedienen, en uw lering te versieren met een godzalig leven; mede u onderwerpende aan de kerkelijke vermaning, volgens de gemene ordening der Kerken, indien gij in leer of leven u kwaamt te ontgaan?

Hierop zal hij antwoorden:
Ja ik, van ganser harte.

En daarna zal de dienaar die hem dit afgevraagd heeft (of een andere dienaar, zo er meer dienaars zijn), hem de hand op het hoofd leggen (deze ceremonie zal men niet gebruiken bij de bevestiging dergenen die tevoren gediend hebben), en aldus spreken:
God, onze hemelse Vader, Die u geroepen heeft tot dezen heiligen dienst, verlichte u door Zijn Geest, versterke u door Zijn hand, en regere u zó in uw bediening, dat gij daarin behoorlijk en vruchtbaar moogt wandelen, tot grootmaking Zijns Naams, en tot uitbreiding van het Rijk Zijns Zoons Jezus Christus. Amen.

Daarna zal de dienaar van den stoel den bevestigden dienaar, en vervolgens de ganse gemeente, aldus vermanen:
Zo heb dan nu, geliefde broeder en mededienaar in Christus, acht op uzelven en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot een opziener gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed. s Heb Christus lief, en weid Zijn schapen, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang, maar gewilliglijk; noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed; noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als een voorbeeld der kudde geworden zijnde. t Wees een voorbeeld der gelovigen in het woord, in wandel, in liefde, in den geest, in geloof, in reinheid. Houd aan in het lezen, in het vermanen, in het leren; en verzuim de gave niet die u gegeven is. Bedenk deze dingen, en wees hierin bezig, opdat uw toenemen openbaar zij in alles. Heb acht op de leer, en volhard daarin. u Lijd geduldiglijk alle lijden en verdrukking, als een goed krijgsknecht van Christus. v Deze dingen doende, zult gij én uzelven behouden, én die u horen. w En als de overste Herder verschenen zal zijn, zo zult gij de onverwelkelijke kroon der heerlijkheid behalen. x
En gijlieden ook, geliefde Christenen, ontvangt dezen uw dienaar in den Heere met alle blijdschap, en houdt de zodanigen in grote waarde. Gedenkt dat God Zelf u door hem aanspreekt en bidt. Neemt dan het woord aan, hetwelk hij u volgens de Heilige Schrift zal verkondigen, niet als der mensen woord, maar (gelijk het waarlijk is) als Gods Woord. y Laat u lieflijk en aangenaam zijn de voeten dergenen die vrede verkondigen, die het goede verkondigen. z Zijt uw voorgangers gehoorzaam; want zij waken voor uw zielen, als die rekenschap geven zullen; opdat zij dat doen mogen met vreugde en niet al zuchtende; want dat is u niet nuttig. 1 Dit doende, zal het geschieden, dat de vrede Gods zal komen in uw huizen, 2 en dat gijlieden, die dezen aanneemt in den naam eens profeten, eens profeten loon zult ontvangen, 3 en door zijn woord in Christus gelovende, door Christus zult beërven het eeuwige leven.

Doch aangezien niemand tot iets van al deze dingen van zichzelven bekwaam is, zo laat ons God aldus met dankzegging bidden:
Barmhartige Vader, wij danken U dat het U belieft uit het verloren menselijk geslacht, door den dienst der mensen U een gemeente te vergaderen ten eeuwigen leven; en dat Gij de Kerk hier ter plaatste nog zo genadiglijk voorzien hebt met een getrouwen dienaar. Wij bidden U, wil hem door Uw Geest hoe langer hoe bekwamer maken tot den dienst waartoe Gij hem bereid en geroepen hebt, hem openende het verstand, om Uw Heilige Schrift te verstaan, en hem sprake gevende tot opening zijns monds, om met vrijmoedigheid de verborgenheden des Evangelies te kennen te geven en te bedienen. Begiftig hem met wijsheid en kloekheid, om het volk waarover hij gesteld is, recht te regeren, en in christelijken vrede te onderhouden, teneinde Uw Kerk onder zijn bediening, en door zijn goeden voorgang, toeneme in menigte en in deugden. Verleen hem kloekmoedigheid in alle voorvallende moeiten en zwarigheden, die hem in zijn dienst zullen ontmoeten; opdat hij, door den troost Uws Geestes gesterkt zijnde, en ten einde toe standvastig blijvende, met de getrouwe dienstknechten ontvangen worde in de vreugde zijns Heeren. Wil ook aan dit volk en deze gemeente Uw genade verlenen, dat zij zich behoorlijk gedragen jegens dezen hun herder, hem erkennende als van U gezonden, zijn leer aannemende met allen eerbied, en aan zijn vermaning zich onderwerpende; teneinde zij, door zijn woord in Christus gelovende, des eeuwigen levens deelachtig mogen worden. Verhoor ons, o Vader, door Uw lieven Zoon, Die ons aldus heeft leren bidden:
Onze Vader, Die in den hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van den boze.
Want Uw is het Koninkrijk
en de kracht
en de heerlijkheid,
in der eeuwigheid.
Amen.

hertaalde versie

Geliefde broeders en zusters, u weet dat wij u verschillende keren de naam bekend gemaakt hebben van onze medebroeder N., hier tegenwoordig. De reden daarvan was om te vernemen of iemand iets tegen zijn leer of levenswandel zou kunnen inbrengen, waardoor hij niet in de dienst van het Woord bevestigd zou mogen worden. Ons is gebleken dat niemand iets wettigs tegen hem heeft ingebracht. Daarom zullen wij nu in de Naam des Heeren tot zijn bevestiging/verbintenis overgaan.

Wij verzoeken u, N. en alle aanwezigen, daartoe eerst te luisteren naar een korte uitleg op grond van Gods Woord over de instelling en betekenis van het ambt van herder of dienaar van het Woord. Dit Woord leert ons allereerst dat God, onze hemelse Vader, die uit het verdorven menselijke geslacht een gemeente wil roepen en tot het eeuwige leven wil vergaderen, daartoe door een bijzondere genade de dienst van mensen gebruikt. a Daarom zegt Paulus in Efeze 4 dat de Heere Christus gegeven heeft ‘sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars; tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing van het lichaam van Christus.’ Hier zien wij dat de heilige apostel onder andere zegt, dat het herdersambt een instelling van Jezus Christus is.
Wat bij dit heilig ambt hoort, kunnen we gemakkelijk uit de naam afleiden. Want zoals het werk van een gewone herder is een hem toevertrouwde kudde te weiden, te leiden, te beschermen en daarover opzicht te hebben, zo is het ook met de geestelijke herders. Zij zijn gesteld over de gemeente, die God tot de zaligheid roept en voor schapen van Zijn weide houdt. Deze weide is niets minder dan de verkondiging van het Goddelijke Woord met de daaraan verbonden bediening van de gebeden en de heilige sacramenten. Dat Woord is de staf waarmee de kudde geleid wordt; met dit Woord wordt ook opzicht over haar uitgeoefend.

Hieruit blijkt wat de taak van de herder of dienaar des Woords is.

  • In de eerste plaats moet hij het Woord des Heeren, dat door de geschriften van profeten en apostelen is geopenbaard, grondig en getrouw aan de gemeente uitleggen. Hij zal het toepassen, zowel in algemene als in bijzondere zin. Dit zal hij doen tot heil van de hoorders door te onderwijzen, te vermanen, te vertroosten en te bestraffen, naardat ieder nodig heeft. Hij verkondigt de bekering tot God en de verzoening met Hem door het geloof in Jezus Christus. Met de Heilige Schrift weerlegt hij alle dwalingen en ketterijen die tegen de zuivere leer strijden. Dit alles wordt ons in de Heilige Schrift duidelijk kenbaar gemaakt, want Paulus zegt dat de dienaar arbeidt in het Woord. b Op een andere plaats leert de apostel dat dit moet gebeuren naar de mate van het geloof. c Ook schrijft hij dat een herder aan het betrouwbare woord dat naar de leer is, moet vasthouden en recht moet snijden. d Evenzo zegt hij: wie profeteert (dat is: Gods Woord predikt), sticht, vermaant en vertroost de mensen. e Op een andere plaats stelt Paulus zichzelf de dienaars tot een voorbeeld, als hij verklaart dat hij in het openbaar en bij de huizen de bekering tot God en het geloof in onze Heere Jezus Christus geleerd en betuigd heeft. f Met name in de tweede Korinthebrief vinden we een treffende beschrijving van het ambt van dienaar van het evangelie, waar de apostel spreekt: ‘En al deze dingen zijn uit God, Die ons met Zichzelf verzoend heeft door Jezus Christus, en ons – de apostelen en herders – de bediening der verzoening gegeven heeft. Want God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende, en heeft het woord der verzoening in ons gelegd. Zo zijn wij dan gezanten van Christus’ wege, alsof God door ons bad; wij bidden van Christus’ wege: Laat u met God verzoenen’. g Wat de weerlegging van de onzuivere leer betreft, zegt Paulus dat een dienaar aan het Woord van God moet vasthouden om de tegensprekers te weerleggen en de mond te stoppen. h
  • In de tweede plaats houdt het ambt van herder in, namens de hele gemeente openbaar Gods Naam aan te roepen. Want de herders hebben met de apostelen gemeen wat dezen zeggen: ‘Maar wij zullen volharden in het gebed, en in de bediening des Woords’. i Hierop doelt Paulus, als hij aan Timótheüs schrijft: ‘Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen; voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn’. j
  • In de derde plaats bestaat hun ambt uit de bediening van de sacramenten, die de Heere tot zegel van Zijn genade heeft ingesteld, zoals blijkt uit het bevel dat Christus aan de apostelen gegeven heeft en dat ook de dienaren van het Woord aangaat: ‘Doop hen in de Naam van de Vader, van de Zoon en van de Heilige Geest’. k Evenzo heeft Hij bij de instelling van het Avondmaal gesproken: ‘Doe dat (...). tot Mijn gedachtenis’. l
  • In de vierde plaats is het de taak van de dienaren van het Woord met de ouderlingen de goede tucht in de gemeente van God uit te oefenen, de orde te bewaren en op zo’n wijze te regeren als de Heere opgedragen heeft. Want Christus zegt tot Zijn apostelen, nadat Hij over de christelijke tucht gesproken heeft: ‘Al wat gij op de aarde binden zult, zal in de hemel gebonden wezen’. m En Paulus wil dat de dienaren op een goede manier leiding geven aan hun eigen huisgezin, omdat zij anders geen zorg kunnen dragen voor de gemeente noch haar regeren. n Hierom worden de herders in de Schrift ook huisverzorgers Gods en bisschoppen, dat is opzieners en wachters genoemd. Zij hebben namelijk opzicht over het huis van God waarin zij arbeiden, opdat daar alles in goede orde en op gepaste wijze zal toegaan en zij met de sleutels van het hemelrijk, die hun toevertrouwd zijn, openen en sluiten, overeenkomstig hun door God gegeven opdracht. o

Zij die geroepen zijn tot het herdersambt, dragen bijzondere verantwoordelijkheid in de zielzorg, waarbij hun naar de orde der kerk geheimhouding is opgelegd van al datgene wat bij de uitoefening van hun ambt vertrouwelijk te hunner kennis is gekomen.
Uit deze uiteenzetting kan men opmaken wat een heerlijk werk het herdersambt is, omdat daardoor zulke grote dingen tot stand komen, en hoezeer dat ambt noodzakelijk is om de mensen tot de zaligheid te brengen. Om deze reden wil de Heere dat dit ambt te allen tijde zal blijven. Want als Christus Zijn apostelen uitzendt om deze heilige bediening te verrichten, zegt Hij: ‘En ziet, Ik ben met u al de dagen tot de voleinding der wereld’. p Hieruit blijkt dat het Zijn wil is dat deze heilige dienst te allen tijde op aarde onderhouden wordt, want de personen tot wie Hij spreekt, waren sterfelijke mensen. Daarom vermaant Paulus Timotheüs, hetgeen hij van hem gehoord had, aan getrouwe mensen toe te vertrouwen, die bekwaam zijn om anderen te leren. q Evenzo beveelt hij Titus, nadat hij hem tot herder bevestigd heeft, van stad tot stad ouderlingen en opzieners aan te stellen. r

Omdat ook wij, om deze dienst in Gods kerk te onderhouden, nu een nieuwe dienaar van het Woord bevestigen en er over dit ambt voldoende is gezegd, zo zult u, N., antwoorden op de volgende vragen, opdat iedereen zal horen dat u gezind bent deze dienst op de juiste wijze te aanvaarden.

  • Ten eerste: Bent u er in uw hart van overtuigd dat u wettig door Gods gemeente en daarom door God Zelf tot deze heilige dienst geroepen bent?
  • Ten tweede: Houdt u de boeken van het Oude en Nieuwe Testament voor het enige Woord van God en de volkomen leer der zaligheid? Verwerpt u alle leringen die daarmee in strijd zijn?
  • Ten derde: Belooft u uw ambt, in overeenstemming met deze leer getrouw uit te oefenen en uw leer te sieren met een godvruchtige levenswandel? Belooft u geheim te houden datgene wat bij de uitoefening van uw ambt vertrouwelijk te uwer kennis is gekomen? En belooft u ook zich te onderwerpen aan de kerkelijke tucht volgens de orde der kerk wanneer u zich in leer of leven het ambt onwaardig zou gedragen?

Antwoord:
Ja, van ganser harte.

Daarna zal de dienaar die hem dit gevraagd heeft (of een andere dienaar, als er meer dienaren zijn), hem de handen op het hoofd leggen en zeggen:
God, onze hemelse Vader, die u tot deze heilige dienst geroepen heeft, verlichte u door Zijn Geest, versterke u door Zijn hand, en regere u zó in uw bediening dat u daarin dienstbaar en vruchtbaar mag wandelen, tot grootmaking van Zijn naam en tot uitbreiding van het rijk van Zijn Zoon, Jezus Christus. Amen.

Daarna zal de dienaar vanaf de kansel de bevestigde dienaar en daarna de gemeente als volgt toespreken:
Heb dan, geliefde broeder en mededienaar in Christus, acht op uzelf en op de hele kudde, waarover de Heilige Geest u tot een opziener gesteld heeft, om Gods gemeente te weiden, die Hij verkregen heeft door het bloed van Zijn eigen Zoon. s Heb Christus lief, weid Zijn schapen, oefen opzicht over hen uit, niet gedwongen of uit winstbejag, maar vrijwillig en vol toewijding; niet om over het erfdeel des Heeren te heersen, maar om een voorbeeld voor de kudde te zijn. t Wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord en wandel, in liefde, in de Geest, in geloof en in reinheid. Volhard in het lezen van Gods Woord, het vermanen en leren, en veronachtzaam niet de gave die u gegeven is. Bedenk deze dingen en wees hierin bezig, opdat uw groei in alles zichtbaar wordt. Heb acht op de leer en volhard daarin. u Verdraag als een goed soldaat van Christus geduldig alle lijden en verdrukking. v Als u deze dingen doet, zult u zowel uzelf behouden als degenen die u horen. w En wanneer de overste Herder verschenen zal zijn, zult u de onverwelkelijke kroon der heerlijkheid behalen. x
Geliefde christenen, ontvang uw dienaar in de Heere met alle blijdschap en houd zulke dienaren in ere. Bedenk dat God Zelf door middel van hem u aanspreekt en u dringend nodigt. Neem daarom het woord aan dat hij u overeenkomstig de Heilige Schrift zal verkondigen, niet als het woord van een mens, maar als Gods Woord, wat het ook in waarheid is. y Laten de voeten van degenen die vrede verkondigen en de goede boodschap brengen, u liefelijk en aangenaam zijn. z Wees uw voorgangers gehoorzaam, want zij waken voor uw zielen waarvan zij rekenschap moeten geven, opdat ze dat met vreugde zullen doen en niet zuchtende, want dat is niet tot uw voordeel. 1 Als u dit doet, zal de vrede Gods in uw huizen komen 2 en zult u, die deze dienaar als profeet aanneemt, het loon van een profeet ontvangen 3 en wanneer u door zijn woord in Christus gelooft, zult u door Christus het eeuwige leven beërven.

Maar omdat niemand uit zichzelf tot deze dingen in staat is, laten we God met dankzegging bidden:
Barmhartige Vader, wij danken U dat het U belieft uit het verloren menselijk geslacht door de dienst van mensen U een gemeente te vergaderen tot het eeuwige leven. We danken U dat U de kerk hier ter plaatse genadig een getrouwe dienaar geschonken hebt. Wij bidden U, wil hem door Uw Geest hoe langer hoe bekwamer maken tot de dienst, waartoe U hem bestemd en geroepen hebt. Wilt U zijn verstand verlichten om Uw Heilige Schrift te verstaan. Leg hem de woorden in de mond om vrijmoedig de verborgenheden van het evangelie uit te leggen en te verkondigen. Geef hem wijsheid en moed om de gemeente waarover hij gesteld is, op de juiste wijze te leiden en in christelijke vrede bijeen te houden, opdat Uw kerk onder zijn bediening en door zijn goede levenswandel zal groeien in getal en goede werken. Verleen hem moed in alle voorkomende moeilijkheden, die hij in zijn dienst zal ontmoeten, opdat hij, gesterkt door de troost van Uw Geest, tot het einde standvastig zal blijven en samen met alle getrouwe dienstknechten in de vreugde van zijn Heere zal worden ontvangen.
Wil ook aan deze gemeente Uw genade schenken, opdat zij zich behoorlijk tegenover hun herder gedragen, hem als door U gezonden erkennen, met alle eerbied zijn leer aannemen en zich aan zijn vermaning onderwerpen. Geef dat zij zo, door zijn woord in Christus gelovend, het eeuwige leven deelachtig mogen worden.
Verhoor ons, o Vader, door Uw geliefde Zoon, die ons heeft
leren bidden:
Onze Vader, Die in de hemelen zijt!
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze.
Want Uw is het Koninkrijk,
en de kracht,
en de heerlijkheid,
in eeuwigheid.
Amen.

 

Bewijsteksten

a

En Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars; Tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing des lichaams van Christus. Efeze 4:11-12

Gelijk gij weet, hoe wij een iegelijk van u, als een vader zijn kinderen, vermaanden en vertroostten, En betuigden, dat gij zoudt wandelen, waardiglijk Gode, Die u roept tot Zijn Koninkrijk en heerlijkheid. 1 Thessalonicenzen 2:11-12

Hij, Die u roept, is getrouw, Die het ook doen zal. 1 Thessalonicenzen 5:24

b

Dat de ouderlingen, die wel regeren, dubbele eer waardig geacht worden, voornamelijk die arbeiden in het Woord en de leer. 1 Timotheüs 5:17

c

Zo laat ons die gaven besteden, hetzij profetie, naar de mate des geloofs; hetzij bediening, in het bedienen; hetzij die leert, in het leren. Romeinen 12:7

d

Die vasthoudt aan het getrouwe woord, dat naar de leer is, opdat hij machtig zij, beide om te vermanen door de gezonde leer, en om de tegensprekers te wederleggen. Titus 1:9

Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt. 2 Timotheüs 2:15

e

Maar die profeteert, spreekt den mensen stichting, en vermaning en vertroosting. 1 Korinthe 14:3

f

Hoe ik niets achtergehouden heb van hetgeen nuttig was, dat ik u niet zou verkondigd en u geleerd hebben, in het openbaar en bij de huizen; Betuigende, beiden Joden en Grieken, de bekering tot God en het geloof in onzen Heere Jezus Christus. Handelingen 20:20-21

g

En al deze dingen zijn uit God, Die ons met Zichzelven verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening der verzoening gegeven heeft. Want God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd. Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus wege: laat u met God verzoenen. 2 Korinthe 5:18-20

h

Die vasthoudt aan het getrouwe woord, dat naar de leer is, opdat hij machtig zij, beide om te vermanen door de gezonde leer, en om de tegensprekers te wederleggen. Titus 1:9

i

Maar wij zullen volharden in het gebed, en in de bediening des Woords. Handelingen 6:4

j

Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen; Voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn; opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid. 1 Timotheüs 2:1-2

k

Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb. Mattheüs 28:19

l

En als Hij gedankt had, brak Hij het, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks nam Hij ook den drinkbeker, na het eten des avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed. Doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot Mijn gedachtenis. 1 Korinthe 11:24-25

m

Voorwaar zeg Ik u: Al wat gij op de aarde binden zult, zal in de hemel gebonden wezen; en al wat gij op de aarde ontbinden zult, zal in den hemel ontbonden wezen. Mattheüs 18:18

n

Die zijn eigen huis wel regeert, zijn kinderen in onderdanigheid houdende, met alle stemmigheid; (Want zo iemand zijn eigen huis niet weet te regeren, hoe zal hij voor de Gemeente Gods zorg dragen?). 1 Timotheüs 3:4-5

o

En Ik zal u geven de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen; en zo wat gij zult binden op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en zo wat gij ontbinden zult op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn. Mattheüs 16:19

p

En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen. Mattheüs 28:20

q

En hetgeen gij van mij gehoord hebt onder vele getuigen, betrouw dat aan getrouwe mensen, welke bekwaam zullen zijn om ook anderen te leren. 2 Timotheüs 2:2

r

Om die oorzaak heb ik u te Kreta gelaten, opdat gij, hetgeen nog ontbrak, voorts zoudt te recht brengen, en dat gij van stad tot stad zoudt ouderlingen stellen, gelijk ik u bevolen heb. Titus 1:5

s

Zo hebt dan acht op uzelven en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed. Handelingen 20:28

t

Weidt de kudde Gods, die onder u is, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang, maar gewilliglijk; noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed; Noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde. 1 Petrus 5:2-3

u

Niemand verachte uw jonkheid, maar zijt een voorbeeld der gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in den geest, in geloof, in reinheid. Houd aan in het lezen, in het vermanen, in het leren, totdat ik kome. Verzuim de gave niet, die in u is, die u gegeven is door de profetie, met oplegging der handen des ouderlingschaps. Bedenk deze dingen, wees hierin bezig, opdat uw toenemen openbaar zij in alles. Heb acht op uzelven en op de leer; volhard daarin; want dat doende, zult gij en uzelven behouden, en die u horen. 1 Timotheüs 4:12-16

v

Gij dan, lijd verdrukkingen, als een goed krijgsknecht van Jezus Christus. 2 Timotheüs 2:3

w

Heb acht op uzelven en op de leer; volhard daarin; want dat doende, zult gij en uzelven behouden, en die u horen. 1 Timotheüs 4:16

x

En als de overste Herder verschenen zal zijn, zo zult gij de onverwelkelijke kroon der heerlijkheid behalen. 1 Petrus 5:4

y

Daarom danken wij ook God zonder ophouden, dat, als gij het Woord der prediking van God van ons ontvangen hebt, gij dat aangenomen hebt, niet als der mensen woord, maar (gelijk het waarlijk is) als Gods Woord, dat ook werkt in u, die gelooft. 1 Thessalonicenzen 2:13

z

Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die den vrede doet horen; desgenen, die goede boodschap brengt van het goede, die heil doet horen; desgenen, die tot Sion zegt: Uw God is Koning. Jesaja 52:7

En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden? Gelijk geschreven is: Hoe liefelijk zijn de voeten dergenen, die vrede verkondigen, dergenen, die het goede verkondigen! Romeinen 10:15

1

Zijt uw voorgangeren gehoorzaam, en zijt hun onderdanig; want zij waken voor uw zielen, als die rekenschap geven zullen; opdat zij dat doen mogen met vreugde en niet al zuchtende; want dat is u niet nuttig. Hebreeën 13:17

2

En indien dat huis waardig is, zo kome uw vrede over hetzelve, maar indien het niet waardig is, zo kere uw vrede weder tot u. Mattheüs 10:13

3

Die een profeet ontvangt in den naam eens profeten, zal het loon eens profeten ontvangen; en die een rechtvaardige ontvangt in den naam eens rechtvaardigen, zal het loon eens rechtvaardigen ontvangen. Mattheüs 10:41

Voorkeuren
Formulierenklassiek, hertaald
BijbelvertalingSV
Tekstgrootte16