klassieke versie

Geliefden in den Heere Jezus Christus, hoort aan de woorden der inzetting van het Heilig Avondmaal van onzen Heere Jezus Christus, welke ons beschrijft de Heilige Apostel Paulus, 1 Kor. 11 :23-29.
‘Ik heb van den Heere ontvangen hetgeen ik u ook overgegeven heb, dat de Heere Jezus, in den nacht, in welken Hij verraden werd, het brood nam, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en zeide: neemt, eet; dat is mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks (nam) Hij ook den drinkbeker, na het eten des Avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het nieuwe Testament in mijn bloed; doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot Mijn gedachtenis. Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten, en dezen drinkbeker zult drinken. zo verkondigt den dood des Heeren, totdat Hij komt. Zo dan, wie onwaardiglijk dit brood eet, of den drinkbeker des Heeren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren. Maar de mens beproeve zichzelf, en ete alzo van het brood, en drinke van den drinkbeker; want die onwaardiglijk eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren.’

Opdat wij nu tot onzen troost des Heeren Avondmaal mogen houden is ons voor alle dingen nodig dat wij ons te voren recht beproeven; ten andere, dat wij het tot dat einde richten, waartoe het de Heere Christus verordineerd en ingesteld heeft, namelijk, tot zijn gedachtenis. De waarachtige beproeving van onszelf bestaat in deze drie stukken:
Ten eerste, bedenke een iegelijk bij zichzelf zijn zonden en vervloeking, opdat hij zichzelf mishage, en zich voor God verootmoedige; aangezien de toorn Gods tegen de zonde zo groot is, dat Hij die (eer dat Hij die ongestraft liet blijven) aan zijn lieven Zoon Jezus Christus, met den bitteren en smadelijken dood des kruises gestraft heeft.
Ten andere, onderzoeke een iegelijk zijn hart, of hij ook deze gewisse belofte van God gelooft, dat hem al zijn zonden, alleen om het lijden en sterven van Jezus Christus, vergeven zijn; en de volkomen gerechtigheid van Christus hem als zijn eigen toegerekend en geschonken is, ja, zo volkomen, alsof hij zelf in eigen persoon, voor al zijn zonden betaald, en alle gerechtigheid volbracht had.
Ten derde, onderzoeke een iegelijk zijn consciëntie, of hij ook gezind is, voortaan met zijn ganse leven, waarachtige dankbaarheid jegens God den Heere te bewijzen, en voor het aangezicht Gods oprechtelijk te wandelen, insgelijks of hij zonder enige geveinsdheid alle vijandschap, haat en nijd van harte afleggende, een ernstig voornemen heeft, om van nu voortaan in waarachtige liefde en enigheid met zijn naasten te leven.

Allen dan, die alzo gezind zijn, wil God gewisselijk in genade aannemen, en voor waardige medegenoten van de tafels zijns Zoons Jezus Christus houden. Daarentegen die dit getuigenis in hun harten niet gevoelen, die eten en drinken zichzelf een oordeel. a Waarom wij ook, naar het bevel van Christus en van den Apostel Paulus, allen, die zich met deze navolgende ergerlijke zonden besmet weten, vermanen van de tafel des Heeren zich te onthouden; en hun verkondigen, dat zij geen deel in het Rijk van Christus hebben; als daar zijn:

  • alle afgodendienaars;
  • allen, die verstorven heiligen, engelen of andere schepselen aanroepen;
  • allen, die den beelden eer aandoen;
  • alle tovenaars en waarzeggers, die vee of mensen, mitsgaders andere dingen zegenen, en die aan zulke zegening geloof hechten;
  • alle verachters van God, en zijn Woord, en van de Heilige Sacramenten;
  • alle Godslasteraars;
  • allen die tweedracht, secten en muiterij in de kerken en wereldlijke regeringen begeren aan te richten;
  • alle meinedigen;
  • allen, die hun ouderen en Overheden ongehoorzaam zijn;
  • alle doodslagers, kijvers en die in haat en nijd tegen hun naaste leven;
  • alle echtbrekers, hoereerders, dronkaards, dieven, woekeraars, rovers, spelers, gierigaards, en al degenen, die een ergerlijk leven leiden.

Deze allen, zolang zij in zulke zonden blijven, zullen zich van deze spijze (welke Christus alleen voor zijn gelovigen verordineerd heeft) onthouden, opdat hun gericht en hun verdoemenis niet des te zwaarder worde.

Maar dit wordt ons, zeer geliefde broeders en zusters in den Heere, niet voorgehouden, om de verslagen harten der gelovigen kleinmoedig te maken, alsof niemand tot het Heilig Avondmaal des Heeren gaan mocht, dan die zonder enige zonde ware. Want wij komen niet tot dit Avondmaal, om daarmede te betuigen, dat wij in onszelf volkomen en rechtvaardig zijn; maar integendeel, aangezien wij ons leven buiten ons zelf in Jezus Christus zoeken, zo bekennen wij daarmede, dat wij midden in den dood liggen. Daarom, al is het, dat wij nog vele gebreken en ellendigheid in ons bevinden, als namelijk: dat wij geen volkomen geloof hebben, dat wij ons ook met zulken ijver om God te dienen niet begeven, als wij schuldig zijn; maar dagelijks met de zwakheid van ons geloof, en de boze lusten van ons vlees te strijden hebben; nochtans, desniettegenstaande, overmits ons (door de genade des Heiligen Geestes) zulke gebreken van harte leed zijn, en wij begeren tegen ons ongeloof te strijden, en naar alle geboden Gods te leven; zo zullen wij gewis en zeker zijn, dat geen zonde, noch zwakheid die nog (tegen onzen wil) in ons overgebleven is, ons kan hinderen, dat ons God niet in genade zou aannemen, en alzo dezer hemelse spijze en drank waardig en deelachtig maken.

Ten andere, laat ons nu ook overdenken, waartoe ons de Heere zijn Avondmaal heeft ingezet: namelijk dat wij zulks doen zouden tot zijn gedachtenis. b Maar aldus zullen wij Zijner daarbij gedenken:
Eerstelijk dat wij ganselijk in onze harten vertrouwen, dat onze Heere Jezus Christus, (naar luid der beloften, die aan de voorvaderen in het Oude Testament van het begin af geschied zijn) van den Vader in deze wereld gezonden is, ons vlees en bloed heeft aangenomen, den toorn Gods (onder welken wij eeuwig hadden moeten verzinken) van het begin zijner menswording tot het einde zijns levens op de aarde voor ons gedragen, en alle gehoorzaamheid en gerechtigheid der Goddelijke wet voor ons vervuld heeft; voornamelijk, toen Hem de last van onze zonden, en van den toorn Gods, het bloedige zweet in den hof uitgedrukt heeft; c waar Hij gebonden werd, opdat Hij ons zou ontbinden; daarna ontallijke smaadheden geleden heeft, opdat wij nimmermeer te schande zouden worden; onschuldig ter dood veroordeeld is, opdat wij voor het gericht Gods zouden vrijgesproken worden; ja, zijn gezegend lichaam aan het kruis heeft laten nagelen, opdat Hij het handschrift onzer zonden daaraan zou hechten; d en heeft alzo de vervloeking van ons op zich geladen, opdat Hij ons met zijn zegening vervullen zou; en heeft zich vernederd tot in de allerdiepste versmaadheid en angst der hel, met lichaam en aan het hout des kruises, toen riep met luider stem: ‘Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verIaten?’ opdat wij tot God zouden genomen, en nimmermeer van Hem verlaten worden; e en heeft eindelijk, met zijn dood en bloedstorting het nieuwe en eeuwige Testament, het verbond der genade en der verzoening besloten, toen Hij zeide: ‘Het is volbracht’. f

En opdat wij vastelijk zouden geloven dat wij tot dit genadeverbond behoren, nam de Heere Jezus in zijn laatste Avondmaal het brood en als Hij gedankt had, brak Hij het en gaf het zijn discipelen, en zeide: ‘Neemt, eet, dat is mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven wordt; doet dat tot mijn gedachtenis’. Desgelijks, na het Avondmaal, nam Hij den drinkbeker, en gedankt hebbende gaf hun dien, zeggende: ‘drinkt allen daaruit; deze drinkbeker is het nieuwe Testament in mijn bloed, hetwelk voor u en voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden; doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot mijn gedachtenis’; dat is: zo dikwijls als gij van dit brood eet, en van dezen beker drinkt, zult gij daardoor als door een gewisse gedachtenis, en pand, vermaand en verzekerd worden van deze mijn hartelijke liefde en trouw jegens u, dat Ik voor u (daar gij anders den eeuwigen dood hadt moeten sterven), mijn lichaam aan het hout des kruises in den dood geve, en mijn bloed vergiete, en uw hongerige en dorstige zielen met dit mijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed tot het eeuwige leven spijze en lave, even zekerlijk, als een iegelijk dit brood voor zijn ogen gebroken, en deze beker hem gegeven wordt, en gij die tot mijn gedachtenis met uw mond eet en drinkt.

Uit deze inzetting des Heiligen Avondmaals van onzen Heere Jezus Christus zien wij, dat Hij ons geloof en betrouwen op zijn volkomen offerande (die eenmaal aan het kruis geschied is) als op den enigen grond en fondament onzer zaligheid wijst, waar Hij onzen hongerigen en dorstigen zielen tot een waarachtige spijs en drank des eeuwigen levens geworden is. Want door zijn dood heeft Hij de oorzaak van onzen eeuwigen honger en kommer, namelijk de zonde, weggenomen, en ons den levendmakenden Geest verworven; opdat wij door dien Geest (die in Christus als in het Hoofd, en in ons als zijn lidmaten, woont) met Hem waarachtige gemeenschap zouden hebben, en al zijn goederen, het eeuwige leven, de gerechtigheid en de heerlijkheid deelachtig worden. Daarbenevens, dat wij ook door dien Geest onder elkander, als lidmaten van één lichaam, in waarachtige broederlijke liefde verbonden worden; gelijk, de Heilige Apostel spreekt: ‘Eén brood (is het, zo) zijn wij velen één lichaam, dewijl wij allen ééns broods deelachtig zijn.’ g Want gelijk uit vele graankorrels één meel gemalen, en één brood gebakken wordt, en uit vele beziën, samengeperst zijnde, één wijn en drank vliet, en zich ondereen vermengt: alzo zullen wij allen, die door het waarachtig geloof Christus ingelijfd zijn, door broederlijke liefde, om Christus’, onzes lieven Zaligmakers, wil, die ons te voren zo uitnemend heeft lief gehad, allen te zamen één lichaam zijn, en zulks niet alleen met woorden, maar ook met de daad jegens elkander bewijzen. Daartoe helpe ons de almachtige, barmhartige God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, door zijn Heiligen Geest. Amen.

Opdat wij dan dit alles mogen verkrijgen, laat ons onszelf voor God verootmoedigen, en Hem met waarachtig geloof om zijn genade aanroepen:
Barmhartige God en Vader, wij bidden U, dat Gij in dit Avondmaal, waarin wij oefenen de heerlijke gedachtenis van den bitteren dood van Uw lieven Zoon Jezus Christus, door Uw Heiligen Geest in onze harten wilt bewerken, dat wij ons met waarachtig vertrouwen aan Uw Zoon Jezus Christus hoe langer hoe meer overgeven, opdat onze bezwaarde en verslagen harten met zijn, waarachtig lichaam en bloed, ja met Hem, waarachtig God en mens het enige hemelse brood, door de kracht des Heiligen Geestes gespijzigd en gelaafd worden; en dat wij niet meer in onze zonden, maar Hij in ons, en wij in Hem leven, en zó waarachtiglijk het nieuwe en eeuwige Testament en verbond der genade deelachtig zijn mogen, dat wij niet twijfelen of Gij zult eeuwig onze genadige Vader zijn, ons onze zonden nimmermeer toerekenende, en met alle dingen aan lichaam en ziel verzorgen, als Uw lieve kinderen en erfgenamen. Verleen ons ook Uw genade, dat wij, getroost ons kruis op ons nemende, onszelf verloochenen, onzen Heiland belijden, en in alle droefenis met opgeheven hoofd onzen Heere Jezus Christus uit den hemel verwachten, waar Hij onze sterfelijke lichamen aan zijn verheerlijkt lichaam gelijk maken, en ons tot zich nemen zal in eeuwigheid. Verhoor ons, o God en barmhartige Vader, door Jezus Christus, die ons aldus heeft leren bidden:
Onze Vader, die in de hemelen zijt;
Uw naam worde geheiligd.
Uw koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van den boze.
Want uw is het koninkrijk,
en de kracht,
en de heerlijkheid
in der eeuwigheid.

Wil ons ook door dit Heilig Avondmaal sterken in het algemeen ongetwijfeld Christelijk geloof, waarvan wij belijdenis doen met mond en hart, sprekende:
Ik geloof in God den Vader, den Almachtige Schepper des hemels en der aarde.
En in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onzen Heere; die ontvangen is van den Heiligen Geest, geboren uit de maagd Maria; die geleden heeft onder Pontius Pilatus; is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle; ten derden dage wederom opgestaan van de doden; opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods, des almachtigen Vaders; van waar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
Ik geloof in den Heiligen Geest. Ik geloof een heilige, algemene, Christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen; vergeving der zonden; wederopstanding des vleses; en een eeuwig leven.
Amen.

Opdat wij dan met het waarachtig hemelse brood Christus gespijzigd mogen worden, zo laat ons met onze harten niet aan het uiterlijke brood en wijn blijven hangen; maar onze harten opwaarts in den hemel verheffen, waar Jezus Christus is, onze Voorspraak, ter rechterhand zijns hemelsen Vaders, waarheen ons ook de Artikelen van ons Christelijk geloof wijzen; niet twijfelende, of wij zullen zo waarachtiglijk door de werking des Heiligen Geestes met zijn lichaam en bloed aan onze zielen gespijzigd en gelaafd worden, als wij het heilige brood en drank tot zijn gedachtenis ontvangen.

Bij het breken en uitdelen des broods, zal de dienaar spreken:
Het brood, dat wij breken, is de gemeenschap des lichaams van Christus. Neemt, eet, gedenkt en gelooft dat het lichaam onzes Heeren Jezus Christus gebroken is tot een volkomen verzoening van al onze zonden.

En als hij den drinkbeker geeft:
De drinkbeker der dankzegging, dien wij dankzeggende zegenen, is de gemeenschap des bloeds van Christus."
Neemt, drinkt allen daaruit, gedenkt en gelooft dat het dierbaarbloed onzes Heeren Jezus Christus vergoten is tot een volkomen verzoening van al onze zonden.

Terwijl men communiceert, zal men stichtelijk zingen, of sornmige hoofdstukken lezen ter gedachtenis aan het lijden van Christus dienende, als Jesaja 53, Johannes 13-18, of dergelijke.

Na de voleinding der communicatie zal de dienaar spreken:
Geliefden in den Heere, dewijl de Heere nu aan zijn tafel onze zielen gespijzigd heeft, zo laat ons altezamen zijn naam met dankzegging prijzen; en een iegelijk spreke in zijn hart aldus: Ps. 103.
1. Loof den HEERE, mijn ziel, en al wat binnen in mij is, Zijn heiligen naam.
2. Loof den HEERE, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden.
3. Die al uw ongerechtigheid vergeeft; die al uw krankheden geneest;
4. Die uw leven verlost van het verderf; die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheden.
8. Barmhartig en genadig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid.
9. Hij zal niet altoos twisten, noch eeuwiglijk den toorn behouden.
10. Hij doet ons niet naar onze zonden, en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden.
11. Want zo hoog de hemel is boven de aarde, is Zijn goedertierenheid geweldig over degenen, die Hem vrezen.
12. Zo ver het oosten is van het westen, zo ver doet Hij onze overtredingen van ons.
13. Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt zich de HEERE over degenen, die Hem vrezen. h
Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, en ons alles met Hem geschonken. i Daarom, bevestigt God daarmede Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren, zo zullen wij ook veel meer door Hem behouden worden van Zijn toorn, nadat wij door Zijn bloed gerechtvaardigd zijn. Want indien wij met God verzoend zijn door den dood Zijns Zoons, toen wij nog vijanden waren, veel meer zullen wij behouden worden door Zijn leven, nadat wij met Hem verzoend zijn. j Daarom zal mijn mond en hart des Heeren lof verkondigen, van nu aan tot in der eeuwigheid. Amen.

Zo spreke een iegelijk met aandachtige harten:
O, barmhartige God en Vader, wij danken U van ganser harte, dat Gij, uit grondeloze barmhartigheid, ons Uw eniggeboren Zoon tot een Middelaar en offer voor onze zonden, en tot een spijs en drank des eeuwigen levens geschonken hebt; en dat Gij ons geeft een waarachtig geloof, waardoor wij zulke Uw weldaden deelachtig worden. Gij hebt ons ook, tot sterking daarvan. door Uw lieven Zoon Jezus Christus het Heilig Avondmaal laten instellen en verordenen. Wij bidden U, o getrouwe God en Vader, dat Gij, door de werking des Heiligen Geestes, de gedachtenis van onzen Heere Jezus Christus, en de verkondiging van zijn dood, ons tot dagelijks toenemen in het rechte geloof, en in de zalige gemeenschap van Christus wilt laten gedijen, door Hem, Uw lieven Zoon Jezus Christus, in Wiens naam wij onze gebeden besluiten, gelijk Hij ons geleerd heeft, zeggende:
Onze Vader, die in de hemelen zijt;
Uw naam worde geheiligd.
Uw koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze.
Want Uw is het Koninkrijk
en de kracht
en de heerlijkheid,
in der eeuwigheid.
Amen.

hertaalde versie

Geliefden in de Heere Jezus Christus, hoor de woorden over de instelling van het Heilig Avondmaal van onze Heere Jezus Christus die de heilige apostel Paulus ons schrijft in 1 Korinthe 11: 23-29: ‘Want ik heb van de Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb, dat de Heere Jezus in de nacht, in welke Hij verraden werd, het brood nam; En toen Hij gedankt had, brak Hij het, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Evenzo nam Hij ook de drinkbeker, na het eten van het avondmaal, en zeide: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed. Doet dat, zo dikwijls als gij die zult drinken, tot Mijn gedachtenis. Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten, en deze drinkbeker zult drinken, zo verkondigt de dood des Heeren, totdat Hij komt. Zo dan, wie op onwaardige wijze dit brood eet, of de drinkbeker des Heeren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren. Maar de mens beproeve zichzelf, en ete alzo van het brood, en drinke van de drinkbeker. Want wie op onwaardige wijze eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren.’

Opdat wij nu tot onze hulp en troost het Avondmaal des Heeren mogen houden, is voor alles nodig, dat wij ons vooraf op de juiste wijze beproeven en voorts dat wij het houden met dat doel waartoe de Heere Christus het heeft bevolen en ingesteld, namelijk tot Zijn gedachtenis. De waarachtige beproeving van onszelf bestaat uit drie delen.
Ten eerste: laat ieder bij zichzelf zijn zonden en vervloeking overdenken, opdat hij een afkeer van zijn zonde heeft en zich voor God verootmoedigt, want de toorn van God tegen de zonde is zo groot dat Hij die niet ongestraft wilde laten, maar de straf ervoor door de bittere en smadelijke kruisdood heeft voltrokken aan Zijn lieve Zoon Jezus Christus.
Ten tweede: laat ieder zijn hart onderzoeken of hij de betrouwbare belofte van God gelooft, dat hem al zijn zonden alleen om het lijden en sterven van Jezus Christus vergeven zijn en dat de volkomen gerechtigheid van Christus hem als zijn eigendom toegerekend en geschonken is. Ja, zo volkomen alsof hijzelf, in eigen persoon, voor al zijn zonden betaald en alle gerechtigheid volbracht had.
Ten derde: laat ieder zijn geweten onderzoeken of hij ook gezind is voortaan met zijn hele leven waarachtige dankbaarheid aan God de Heere te bewijzen en oprecht te wandelen voor Gods aangezicht. En eveneens of hij, terwijl hij van harte alle vijandschap, haat en afgunst aflegt, zonder enig huichelen, een ernstig voornemen heeft voortaan in waarachtige liefde en eensgezindheid met zijn naaste te leven.

Allen dan die zo gezind zijn, wil God zeker in genade aannemen en voor waardige tafelgenoten van Zijn Zoon Jezus Christus houden. Zij die dit getuigenis in hun hart daarentegen niet gevoelen, eten en drinken zichzelf een oordeel. a Naar het bevel van Christus en de apostel Paulus vermanen wij daarom allen die weten dat zij met de volgende aanstootgevende zonden besmet zijn, zich van de tafel des Heeren te onthouden en wij verkondigen hun dat zij geen deel hebben aan het rijk van Christus. Dit betreft allen:

  • die afgoden dienen,
  • die gestorven heiligen, engelen of andere schepselen aanroepen,
  • die beelden vereren,
  • die zich bezig houden met toverij en waarzeggerij, vee, mensen of andere dingen magisch wijden en aan zulke handelingen geloof hechten,
  • allen die God, Zijn Woord en de heilige sacramenten verachten,
  • die God lasteren,
  • die tweedracht, partijschap en opstand in kerk en maatschappij willen veroorzaken,
  • die meineed plegen,
  • die hun ouders en allen die over hen gesteld zijn, niet gehoorzamen;
  • allen die moorden, die twistziek zijn, die in haat en nijd met hun naaste leven,
  • die echtbreuk plegen, ontucht bedrijven, drankzuchtig zijn, stelen, woekerrente vragen, roven, gokken, hebzuchtig zijn
  • en verder allen die een leven leiden dat aanstoot geeft.

Of:

  • Alle afgodendienaars,
  • allen die zich een beeld van God maken,
  • allen die de Naam van God lasteren en misbruiken,
  • allen die het Woord van God en Zijn heilige sacramenten verachten,
  • allen die tweedracht zaaien in de kerk en in ons volk, die weigeren gezag te aanvaarden in kerk en samenleving,
  • allen die in haat en nijd tegen hun naaste leven of lichtvaardig hun woord breken, die het leven, van God geschonken, verachten,
  • allen die het huwelijk moedwillig in gevaar brengen, van zichzelf of van anderen,
  • allen die stelen, die in de ban zijn van geld en bezit,
  • allen die liegen, bedriegen of kwaadspreken,
  • allen die zich aan verslaving overgeven en van het genot hun god maken.

Zolang zij aan zulke zonden vasthouden, moeten zij zich onthouden van dit brood en deze wijn, die Christus alleen voor Zijn gelovigen bestemd heeft, opdat hun straf en veroordeling niet des te zwaarder worden.

Maar dit alles wordt ons, geliefde broeders en zusters, niet voorgehouden om de verslagen harten van de gelovigen te ontmoedigen, alsof niemand tot het Avondmaal des Heeren zou mogen gaan dan wie zonder enige zonde is. Want wij komen niet tot dit Avondmaal om daarmee te tonen dat wij in onszelf volkomen en rechtvaardig zijn. Integendeel, omdat wij ons leven buiten onszelf in Jezus Christus zoeken, belijden wij daarmee dat wij midden in de dood liggen.
Wij erkennen dat wij nog vele zonden en gebreken in onszelf aantreffen, namelijk dat wij geen volkomen geloof hebben, en ons er niet toe zetten God met zo’n ijver te dienen als wij behoren te doen, maar dagelijks strijd hebben te voeren met de zwakheid van ons geloof en onze verderfelijke begeerten. Ondanks dit alles, omdat wij door de genade van de Heilige Geest van harte bedroefd zijn over zulke gebreken en wij verlangen tegen ons ongeloof te strijden en naar alle geboden van God te leven, zullen wij er nochtans ten volle van verzekerd zijn dat geen zonde of zwakheid, die nog tegen onze wil in ons overgebleven is, ons kan verhinderen dat God ons in genade aanneemt en ons zo deze hemelse spijs en drank waardig en deelachtig maakt.

Laten we nu vervolgens ook overdenken met welke bedoeling de Heere voor ons het Avondmaal heeft ingesteld, namelijk dat wij dit doen tot zijn gedachtenis. b Wij zullen Hem op de volgende wijze gedenken.
Wij vertrouwen allereerst in ons hart ten volle, dat onze Heere Jezus Christus – volgens de beloften die vanaf het begin aan de vaderen in het Oude Testament gedaan zijn – door de Vader in deze wereld is gezonden. Hij heeft ons vlees en bloed aangenomen en de toorn van God, waaronder wij eeuwig hadden moeten wegzinken, vanaf het begin van Zijn menswording tot aan het einde van Zijn leven op aarde voor ons gedragen. Hij heeft voor ons alle gehoorzaamheid aan Gods wet en de gerechtigheid vervuld, in het bijzonder toen Hij onder de last van onze zonden en van Gods toorn in de hof van Gethsemané bloedig zweet heeft uitgeperst. c Daar werd Hij gebonden opdat Hij ons zou ontbinden. Daarna heeft Hij onnoemelijk veel smaad geleden, opdat wij nooit meer te schande zouden worden. Hij is onschuldig ter dood veroordeeld, opdat wij in Gods gericht vrijgesproken zouden worden. Hij heeft zelfs Zijn gezegend lichaam aan het kruis laten vastspijkeren, opdat Hij de schuldbrief van onze zonden daaraan zou hechten. d Zo heeft Hij de vervloeking van ons op Zich geladen, opdat Hij ons met Zijn zegen zou vervullen. Hij heeft Zich met lichaam en ziel aan het kruishout vernederd tot in de allerdiepste smaad en angst der hel, toen Hij met luide stem riep: ‘Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten?’ opdat wij door God aangenomen en nooit meer door Hem verlaten zouden worden. e Ten slotte heeft Hij met Zijn dood en bloedstorting het nieuwe en eeuwige testament, het verbond van genade en verzoening, bevestigd, toen Hij zei: ‘Het is volbracht’. f

Opdat wij nu vast en zeker zouden geloven dat wij tot dit genadeverbond behoren, nam de Heere Jezus tijdens Zijn laatste Avondmaal het brood, dankte, brak het en gaf het Zijn discipelen en zei: ‘Neem, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doe dat tot Mijn gedachtenis.’ Evenzo nam Hij na het Avondmaal de drinkbeker, dankte, gaf hun die en zei: ‘Drink allen daaruit; deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in mijn bloed, dat voor u en voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden; doe dat zo dikwijls als gij die zult drinken tot Mijn gedachtenis.’ Dat betekent: zo dikwijls als u van dit brood eet en uit deze beker drinkt, wordt u door dit betrouwbare teken en onderpand herinnerd aan en verzekerd van Mijn hartelijke liefde en trouw voor u. Want Ik geef voor u Mijn lichaam aan het kruishout over in de dood en vergiet Mijn bloed voor u, omdat u anders de eeuwige dood had moeten sterven. Met Mijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed voed Ik uw hongerige en dorstige zielen tot het eeuwige leven, even zeker als voor ieders oog dit brood wordt gebroken en deze beker hem wordt aangereikt en even zeker als u met de mond eet en drinkt tot Mijn gedachtenis.

Uit deze instelling van het Heilig Avondmaal door onze Heere Jezus Christus wordt ons duidelijk dat Hij ons geloof en vertrouwen richt op Zijn volkomen offer, dat eenmaal aan het kruis is geschied, want dit is het enige fundament voor onze zaligheid. Aan het kruis is Hij voor onze hongerige en dorstige zielen tot ware spijs en drank voor het eeuwige leven geworden. Immers, door Zijn dood heeft Hij de oorzaak van onze eeuwige honger en kommer, namelijk de zonde, weggenomen en ons de levendmakende Geest verworven. Zo hebben wij door die Geest – die woont in Christus, het Hoofd, en in ons, Zijn leden – met Hem waarachtige gemeenschap en krijgen wij deel aan al Zijn weldaden, het eeuwige leven, gerechtigheid en heerlijkheid.
Bovendien is het door die Geest dat wij als leden van één lichaam met elkaar in ware broederlijke liefde verbonden worden, zoals de heilige apostel spreekt: ‘Eén brood is het, zo zijn wij velen één lichaam, omdat wij allen één brood deelachtig zijn.’ g Uit vele graankorrels wordt immers één en hetzelfde meel gemalen en één brood gebakken, en uit vele geperste druiven vloeit één en dezelfde wijn en drank die zich tot één geheel mengt. Zo zullen wij allen, die door het waarachtige geloof in Christus ingelijfd zijn, door broederlijke liefde samen één lichaam vormen, omwille van Christus, onze geliefde Zaligmaker, die ons tevoren zo bijzonder heeft liefgehad. Dit zullen wij niet alleen met woorden, maar ook met daden aan elkaar bewijzen. Daartoe helpe ons de almachtige en barmhartige God en Vader van onze Heere Jezus Christus, door Zijn Heilige Geest. Amen.

Laten wij nu, opdat wij dit alles mogen ontvangen, ons voor God verootmoedigen en Hem met waarachtig geloof om Zijn genade aanroepen.
Barmhartige God en Vader, wij bidden U dat U in dit Avondmaal, waarin wij de heerlijke gedachtenis oefenen van de bittere dood van uw geliefde Zoon Jezus Christus, door Uw Heilige Geest zo in onze harten wilt werken, dat wij ons met waarachtig vertrouwen hoe langer hoe meer aan Uw Zoon Jezus Christus overgeven.
Wij bidden U dit, opdat onze bezwaarde en verslagen harten met Zijn waarachtig lichaam en bloed, ja met Hem, waarachtig God en mens, het enige hemelse brood, door de kracht van de Heilige Geest gevoed en verkwikt worden, en wij niet meer in onze zonden leven, maar Hij in ons en wij in Hem.
Wij bidden U dat wij zó volkomen deel mogen hebben aan het nieuwe en eeuwige testament en verbond der genade, dat wij er niet aan twijfelen dat U voor eeuwig onze genadige Vader zult zijn, die ons onze zonden nooit meer toerekent en die voor ons in alles naar lichaam en ziel zult zorgen als Uw geliefde kinderen en erfgenamen.
Schenk ons ook Uw genade dat wij getroost ons kruis op ons nemen, onszelf verloochenen, onze Heiland belijden en in alle droefheid met opgeheven hoofd onze Heere Jezus Christus uit de hemel verwachten, waar Hij onze sterfelijke lichamen aan Zijn verheerlijkt lichaam gelijk zal maken en ons voor eeuwig tot Zich zal nemen.
Verhoor ons, o God en barmhartige Vader, door Jezus Christus, die ons heeft leren bidden:
Onze Vader, Die in de hemelen zijt!
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze.
Want Uw is het Koninkrijk,
en de kracht,
en de heerlijkheid,
in eeuwigheid.
Wil ons ook door dit Heilig Avondmaal sterken in het algemeen, ontwijfelbaar christelijk geloof, dat wij met hart en mond belijden:
Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.
En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere; die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria; die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle; ten derden dage wederom opgestaan van de doden; opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods, des almachtigen Vaders; van waar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
Ik geloof in de Heilige Geest. Ik geloof een heilige, algemene christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen; vergeving der zonden; wederopstanding des vleses; en een eeuwig leven. Amen.

Opdat wij dan met het ware hemelse brood Christus gevoed mogen worden, laten wij niet bij het uiterlijke teken van brood en wijn blijven staan, maar onze harten opheffen naar de hemel, waar Jezus Christus is, onze Voorspraak, aan de rechterhand van Zijn hemelse Vader. Daarheen wijzen ons ook de artikelen van ons christelijk geloof. Laten wij er niet aan twijfelen dat onze zielen door de werking van de Heilige Geest zó waarachtig met Zijn lichaam en bloed gevoed en verkwikt worden als wij het heilige brood en de drank tot Zijn gedachtenis ontvangen.

Bij het breken en uitdelen van het brood spreekt de dienaar:
Het brood dat wij breken, is de gemeenschap met het lichaam van Christus.
Neem, eet, gedenk en geloof dat het lichaam van onze Heere Jezus Christus gebroken is tot een volkomen verzoening van al onze zonden.

En als hij de drinkbeker geeft:
De drinkbeker der dankzegging, waarmee wij dankzeggen, is de gemeenschap met het bloed van Christus.
Neem, drink allen daaruit, gedenk en geloof dat het kostbaar bloed van onze Heere Jezus Christus vergoten is tot een volkomen verzoening van al onze zonden.

Bij het rondgaan van brood en wijn wordt stichtelijk gezongen. Ook kunnen enkele hoofdstukken worden gelezen om het lijden van Christus te gedenken, zoals Jesaja 53, Johannes 6, 13, 14, 15, 16, 17 en 18.

Hierna spreekt de dienaar:
Geliefden in de Heere, omdat de Heere nu onze zielen aan Zijn tafel gevoed heeft, laten wij samen Zijn Naam danken en prijzen. Een ieder spreke in zijn hart:
‘Loof de HEERE, mijn ziel, en al wat binnen in mij is, Zijn heilige Naam.
Loof de HEERE, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden;
Die al uw ongerechtigheid vergeeft, Die al uw krankheden geneest;
Die uw leven verlost van het verderf, Die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheden.
Barmhartig en genadig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid.
Hij zal niet altoos twisten, noch eeuwig de toorn behouden.
Hij doet ons niet naar onze zonden, en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden.
Want zo hoog de hemel is boven de aarde, is Zijn goedertierenheid geweldig over degenen, die Hem vrezen.
Zo ver het oosten is van het westen, zo ver doet Hij onze overtredingen van ons.
Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de HEERE over degenen, die Hem vrezen’. h
Hij heeft ook Zijn eigen Zoon niet gespaard, maar Hem voor ons allen overgegeven en ons alles met Hem geschonken. i Hiermee bevestigt God Zijn liefde tot ons, dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. Daarom zullen wij ook, nu wij door Zijn bloed gerechtvaardigd zijn, des te meer door Hem van Zijn toorn behouden worden. Want als wij, toen wij nog vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, des te meer zullen wij, nu wij met Hem verzoend zijn, behouden worden door Zijn leven. j Daarom zal ik met mond en hart de lof des Heeren verkondigen van nu aan tot in eeuwigheid. Amen.

Een ieder spreke in zijn hart:
Almachtige, barmhartige God en Vader, wij danken U van ganser harte dat U ons, uit grondeloze barmhartigheid, Uw eniggeboren Zoon hebt gegeven tot Middelaar en offer voor onze zonden en tot spijs en drank voor het eeuwige leven. Wij danken U dat U ons een waar geloof geeft, waardoor wij deel krijgen aan deze weldaden van U. U hebt ook, ter versterking daarvan, door Uw geliefde Zoon Jezus Christus voor ons het Heilig Avondmaal laten instellen en verordenen.
Getrouwe God en Vader, maak door de werking van Uw Heilige Geest de gedachtenis van onze Heere Jezus Christus en de verkondiging van Zijn dood vruchtbaar, opdat wij dagelijks groeien in het ware geloof en in de zalige gemeenschap met Christus. Wij bidden U dit alles omwille van Uw geliefde Zoon Jezus Christus, die met U en de Heilige Geest leeft en regeert in eeuwigheid.
Wij bidden U dit in de Naam van onze Heere Jezus Christus die ons heeft leren bidden:
Onze Vader, Die in de hemelen zijt!
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze.
Want Uw is het Koninkrijk,
en de kracht,
en de heerlijkheid,
in eeuwigheid.
Amen.

 

Bewijsteksten

a

Maar de mens beproeve zichzelven, en ete alzo van het brood, en drinke van den drinkbeker. Want die onwaardiglijk eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelven een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren. 1 Korinthe 11:28-29

b

En Hij nam brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en gaf het hun, zeggende: Dat is Mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Lukas 22:19

c

En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen. Lukas 22:44

d

Uitgewist hebbende het handschrift, dat tegen ons was, in inzettingen bestaande, hetwelk, zeg ik, enigerwijze ons tegen was, en heeft datzelve uit het midden weggenomen, hetzelve aan het kruis genageld hebbende. Kolossenzen 2:14

e

En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote stem zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI! dat is: Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten! MattheĆ¼s 27:46

f

Toen Jezus dan den edik genomen had, zeide Hij: Het is volbracht! En het hoofd buigende, gaf den geest. Johannes 19:30

g

Want een brood is het, zo zijn wij velen een lichaam, dewijl wij allen eens broods deelachtig zijn. 1 Korinthe 10:17

h

Een psalm van David. Loof den HEERE, mijn ziel, en al wat binnen in mij is, Zijn heiligen Naam. Loof den HEERE, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden; Die al uw ongerechtigheid vergeeft, die al uw krankheden geneest; Die uw leven verlost van het verderf, die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheden. Psalmen 103:1-4

Barmhartig en genadig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid. Hij zal niet altoos twisten, noch eeuwiglijk den toorn behouden. Hij doet ons niet naar onze zonden, en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden. Want zo hoog de hemel is boven de aarde, is Zijn goedertierenheid geweldig over degenen, die Hem vrezen. Zo ver het oosten is van het westen, zo ver doet Hij onze overtredingen van ons. Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de HEERE over degenen, die Hem vrezen. Psalmen 103:8-13

i

Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken? Romeinen 8:32

j

Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren. Veel meer dan, zijnde nu gerechtvaardigd door Zijn bloed, zullen wij door Hem behouden worden van den toorn. Want indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door den dood Zijns Zoons, veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden door Zijn leven. Romeinen 5:8-10

Voorkeuren
Formulierenklassiek, hertaald
BijbelvertalingSV
Tekstgrootte16