1

Mijn ziel, herdenk met heilig beven,
Hoe God, met majesteit bekleed,
Zijn wet op Horeb heeft gegeven,
Waar Hij deez’ woorden horen deed:

2

“Ik ben de HEER’, uw God en Koning,
Die van Egypte u bevrij’,
U leidend uit uw slaafse woning;
Dient dan geen goden nevens Mij!

3

Voor beeldendienst zult gij u wachten;
Ik ben de HEER’, een ijv’rig God;
’k Straf dien in drie en vier geslachten:
Maar schenk Mijn dienaars ’t zaligst lot.

4

Misbruikt geenszins den naam des HEEREN;
Zweert nimmer enen valsen eed;
Want hun, die Zijnen naam onteren,
Is Zijn getergde wraak gereed.

5

Gedenkt en viert, met vee en magen,
Den sabbat, na zesdaagse vlijt:
God schiep ’t heelal in zoveel dagen,
En heeft den sabbat Zich gewijd.

6

Gij zult uw ouders need’rig eren,
Opdat uw God, die eeuwig leeft,
Uw dagen gunstig moog’ vermeêren,
In ’t land, dat Zijne hand u geeft!

7

Gij zult niet doodslaan, noch u wreken!
Breekt nooit den echt; steelt niemands goed!
Gij zult geen vals getuig’nis spreken,
Bemint elk met een vroom gemoed!

8

Uw hart zal nimmer iets begeren,
Van alles, wat uws naasten is.
Uw ziel zal, als uw mond, God eren,
En houden Zijn getuigenis.”

9

Och, of wij Uw geboôn volbrachten!
Genâ, o hoogste Majesteit!
Gun door ’t geloof in Christus krachten;
Om die te doen uit dankbaarheid.

WDogMQpUOiBUaWVuIGdlYm9kZW4KTTogQwpMOiAxLzQKQzogaHlwby1pb25pc2NoClM6IMKpIDIwMjEgLSBsaXR1cmdpZS5udQpROiAxNDAKJSVNSURJIHByb2dyYW0gMQpLOiBHCkcyIEcgQSBCMiBCIGMyIGMgQjIgQTIgejIgfAp3Ok1pam4gemllbCwgaGVyLWRlbmsgbWV0IGhlaS1saWcgYmUtdmVuLApCMiBjIEIgQSBHIEYyIEcyIEEyIHoyIHwKdzpIb2UgR29kLCBtZXQgbWEtamVzLXRlaXQgYmUta2xlZWQsCmQyIGMgQiBBMiBGMiBHIEYgRTIgRDIgejIgfAp3Olppam4gd2V0IG9wIEhvLXJlYiBoZWVmdCBnZS1nZS12ZW4sCkIyIGMgQiBBIEcgQjIgQTIgRzIgejIgfF0KdzpXYWFyIEhpaiBkZWV64oCZIHdvb3ItZGVuIGhvLXJlbiBkZWVkOgo=

Onberijmde versie Exodus 20:1-17 (SV) Bijbelvertaling aanpassen

  1. Toen sprak God al deze woorden, zeggende:
  2. Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.
  3. Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
  4. Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is.
  5. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HEERE uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten;
  6. En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben, en Mijn geboden onderhouden.
  7. Gij zult den Naam des HEEREN uws Gods niet ijdellijk gebruiken; want de HEERE zal niet onschuldig houden, die Zijn Naam ijdellijk gebruikt.
  8. Gedenkt den sabbatdag, dat gij dien heiligt.
  9. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen;
  10. Maar de zevende dag is de sabbat des HEEREN uws Gods; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uw poorten is;
  11. Want in zes dagen heeft de HEERE den hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage; daarom zegende de HEERE den sabbatdag, en heiligde denzelven.
  12. Eert uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE uw God geeft.
  13. Gij zult niet doodslaan.
  14. Gij zult niet echtbreken.
  15. Gij zult niet stelen.
  16. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
  17. Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat uws naasten is.

Samenvatting:

 De Tien Geboden zijn tien wetten in de Bijbel, die God vlak na de uittocht uit Egypte aan het volk Israël gaf. De eerste vier geboden hebben betrekking op de relatie met God. De daaropvolgende zes geboden gaan over de relatie tussen mensen onderling. Jezus heeft de wet ook zo samengevat: heb God lief boven alles en je naaste als jezelf.

Te zingen bij:

Instrumentpiano
Zangwijzeritmisch
Snelheid100
BijbelvertalingSV
Tekst16