1

Uit diepten van ellenden
Roep ik, met mond en hart,
Tot U, die heil kunt zenden;
O HEER’, aanschouw mijn smart;
Wil naar mijn smeekstem horen;
Merk op mijn jammerklacht;
Verleen mij gunstig’ oren,
Daar ’k in mijn druk versmacht.

2

Zo Gij in ’t recht wilt treden,
O HEER’, en gadeslaan
Onz’ ongerechtigheden;
Ach, wie zou dan bestaan?
Maar neen, daar is vergeving
Altijd bij U geweest;
Dies wordt Gij, HEER’, met beving,
Recht kinderlijk gevreesd.

3

Ik blijf den HEERverwachten;
Mijn ziel wacht ongestoord;
Ik hoop, in al mijn klachten,
Op Zijn onfeilbaar woord;
Mijn ziel, vol angst en zorgen,
Wacht sterker op den HEER’,
Dan wachters op den morgen;
Den morgen, ach, wanneer?

4

Hoopt op den HEER’, gij vromen;
Is Israël in nood,
Er zal verlossing komen;
Zijn goedheid is zeer groot.
Hij maakt, op hun gebeden,
Gans Israël eens vrij
Van ongerechtigheden;
Zo doe Hij ook aan mij.

WDogMQpUOiBQc2FsbSAxMzAKTTogQwpMOiAxLzQKQzogZG9yaXNjaApTOiDCqSAyMDIxIC0gbGl0dXJnaWUubnUKUTogMTQwCiUlTUlESSBwcm9ncmFtIDEKQTIgRCBFIEYgRSBEMiBDMiB6MiB8Cnc6VWl0IGRpZXAtdGVuIHZhbiBlbC1sZW4tZGVuCkYyIEQgRSBGMiBHMiBBMiB6MiB8Cnc6Um9lcCBpaywgbWV0IG1vbmQgZW4gaGFydCwKQTIgXkcgQSBCIGMgQjIgQTIgejIgfAp3OlRvdCBVLCBkaWUgaGVpbCBrdW50IHplbi1kZW47CmQyIGMgQSBjMiBCMiBBMiB6MiB8Cnc6TyBIRUVS4oCZLCBhYW4tc2Nob3V3IG1pam4gc21hcnQ7CkEyIGMyIEEyIEcgRiBFMiBEMiB6MiB8Cnc6V2lsIG5hYXIgbWlqbiBzbWVlay1zdGVtIGhvLXJlbjsKRzIgRiBFIEQgRCBDMiB6MiB8Cnc6TWVyayBvcCBtaWpuIGphbS1tZXIta2xhY2h0OwpGMiBGIEcgQSBfQiBHMiBGMiB6MiB8Cnc6VmVyLWxlZW4gbWlqIGd1bi1zdGln4oCZIG8tcmVuLApBMiBHIEYgRzIgRTIgRDIgejIgfF0KdzpEYWFyIOKAmWt+aW4gbWlqbiBkcnVrIHZlci1zbWFjaHQuCg==

Onberijmde versie Psalm 130:1-8 (SV) Bijbelvertaling aanpassen

  1. Een lied Hammaaloth. Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE!
  2. HEERE! hoor naar mijn stem; laat Uw oren opmerkende zijn op de stem mijner smekingen.
  3. Zo Gij, HEERE! de ongerechtigheden gadeslaat; HEERE! wie zal bestaan?
  4. Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt.
  5. Ik verwacht den HEERE; mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn Woord.
  6. Mijn ziel wacht op den HEERE, meer dan de wachters op den morgen; de wachters op den morgen.
  7. Israel hope op den HEERE; want bij den HEERE is goedertierenheid, en bij Hem is veel verlossing.
  8. En Hij zal Israel verlossen van al zijn ongerechtigheden.

Samenvatting:

Eén van de 15 pelgrimsliederen: psalmen die werden gezongen tijdens de bedevaart naar Jeruzalem ter gelegenheid van de grote, jaarlijkse feesten, waarbij de pelgrims optrokken naar de heilige stad, die op een berg ligt. Deze persoonlijke boetepsalm is een smeekbede die de gelovige in zijn wanhoop aan God richt. De innerlijke ontwikkeling van de psalmdichter komt duidelijk tot uiting: van wanhoop (vs. 1) tot vertrouwen en hoop (vs. 5-7).

Te zingen bij:

Instrumentpiano
Zangwijzeritmisch
Snelheid100
BijbelvertalingSV
Tekst16