1

God is een toevlucht voor de Zijnen,
Hun sterkt’, als zij door droefheid kwijnen;
Zij werden steeds Zijn hulp gewaar,
In zielsbenauwdheid, in gevaar;
Dies zal geen vrees ons doen bezwijken,
Schoon d’ aard’ uit hare plaats mocht wijken,
Schoon ’t hoogst gebergt’, uit zijne steê,
Verzet werd in het hart der zee.

2

Laat vrij het schuimend zeenat bruisen;
D’ ontroerde waat’ren hevig ruisen;
De golven mogen, door haar woên,
Het berggevaarte daav’ren doen:
De stad, het heiligdom, de woning,
Van God, den allerhoogsten Koning,
Wordt in haar muren, t’ allen tijd;
Door beekjes der rivier verblijd.

3

Geen onheil zal de stad verstoren,
Waar God Zijn woning heeft verkoren.
God zal haar redden uit de nood
Bij ’t dagen van het morgenrood.
Men zag de heid’nen kwaad beramen;
De koninkrijken spanden samen;
Maar God verhief Zijn stem, en d’ aard’,
Versmolt, voor ’s Hoogsten toorn vervaard.

4

De HEER’, de God der legerscharen,
Is met ons, hoedt ons in gevaren.
De HEERde God van Jakobs zaad,
Is ons een burg, een Toeverlaat.
Komt, wilt op ’s HEEREN daden merken;
Aanschouwt des Hoogsten grote werken;
Zijn macht, die nooit te stuiten is,
Maakt d’ aarde tot een wildernis.

5

God stilt, alom, het orelogen;
Zijn arm verbreekt de taaie bogen,
Doet spies en speer aan stukken slaan,
En wagens door het vuur vergaan.
“Laat af!”, dus spreekt de HEERder heren:
“Weet, Ik ben God; elk moet Mij eren;
Het heidendom, ja, ’t gans heelal,
Verhoge Mij met lofgeschal.

6

De HEER’, de God der legerscharen,
Is met ons, hoedt ons in gevaren;
De HEER’, de God van Jakobs zaad,
Is ons een burg, een Toeverlaat.

WDogMQpUOiBQc2FsbSA0NgpNOiBDCkw6IDEvNApDOiBtaXhvbHlkaXNjaApTOiDCqSAyMDIxIC0gbGl0dXJnaWUubnUKUTogMTQwCiUlTUlESSBwcm9ncmFtIDEKSzogRwpBMiBBIEEgQiBHIEEgYyBCMiBBMiB6MiB8Cnc6R29kIGlzIGVlbiB0b2Utdmx1Y2h0IHZvb3IgZGUgWmlqLW5lbiwNCkEyIEEgRSBHIEcgRiBEIEUyIEQyIHoyIHwKdzpIdW4gc3Rlcmt04oCZLCBhbHMgemlqIGRvb3IgZHJvZWYtaGVpZCBrd2lqLW5lbjsNCkQyIEEgQiBHIEEgYzIgQjIgQTIgejIgfAp3OlppaiB3ZXItZGVuIHN0ZWVkcyBaaWpuIGh1bHAgZ2Utd2FhciwNCkUyIEYgQSBFIEcgRjIgRTIgRDIgejIgfAp3OkluIHppZWxzLWJlLW5hdXdkLWhlaWQsIGluIGdlLXZhYXI7DQpBMiBBIGMgQiBBIEIgYyBkMiBBMiB6MiB8Cnc6RGllcyB6YWwgZ2VlbiB2cmVlcyBvbnMgZG9lbiBiZS16d2lqLWtlbiwNCkEyIEEgYyBCIEEgQiBjIGQyIEEyIHoyIHwKdzpTY2hvb24gZOKAmX5hYXJk4oCZIHVpdCBoYS1yZSBwbGFhdHMgbW9jaHQgd2lqLWtlbiwNCmQyIGQgYyBCIEEgRzIgRjIgRTIgejIgfAp3OlNjaG9vbiDigJl0fmhvb2dzdCBnZS1iZXJndOKAmSwgdWl0IHppai1uZSBzdGXDqiwNCkEyIGMgQiBBIEcgRjIgRTIgRDIgejIgfF0KdzpWZXItemV0IHdlcmQgaW4gaGV0IGhhcnQgZGVyIHplZS4K

Onberijmde versie Psalm 46:1-12 (SV) Bijbelvertaling aanpassen

  1. Een lied op Alamoth, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.
  2. God is ons een Toevlucht en Sterkte; Hij is krachtelijk bevonden een Hulp in benauwdheden.
  3. Daarom zullen wij niet vrezen, al veranderde de aarde haar plaats, en al werden de bergen verzet in het hart der zeeen;
  4. Laat haar wateren bruisen, laat ze beroerd worden; laat de bergen daveren, door derzelver verheffing! Sela.
  5. De beekjes der rivier zullen verblijden de stad Gods, het heiligdom der woningen des Allerhoogsten.
  6. God is in het midden van haar, zij zal niet wankelen; God zal haar helpen in het aanbreken van den morgenstond.
  7. De heidenen raasden, de koninkrijken bewogen zich; Hij verhief Zijn stem, de aarde versmolt.
  8. De HEERE der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek. Sela.
  9. Komt, aanschouwt de daden des HEEREN, Die verwoestingen op aarde aanricht.
  10. Die de oorlogen doet ophouden tot aan het einde der aarde, de boog verbreekt, en de spies aan twee slaat, de wagenen met vuur verbrandt.
  11. Laat af, en weet, dat Ik God ben; Ik zal verhoogd worden onder de heidenen, Ik zal verhoogd worden op de aarde.
  12. De HEERE der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek. Sela.

Samenvatting:

Deze psalm behoort tot de serie 'liederen van Sion': liederen die Sion (Jeruzalem) bezingen als bijzondere stad waaraan God Zich heeft verplicht. De psalm bezingt God als schuilplaats en burcht, maar ook de stad van God, als een veilige plaats tegen onheil en waar God woont.

Te zingen bij:

Instrumentpiano
Zangwijzeritmisch
Snelheid100
BijbelvertalingSV
Tekst16