1

Juich aarde, juich alom den HEER’,
Dient God met blijdschap, geeft Hem eer;
Komt, nadert voor Zijn aangezicht;
Zingt Hem een vrolijk lofgedicht.

2

De HEERis God; erkent, dat Hij
Ons heeft gemaakt – en geenszins wij –
Tot schapen, die Hij voedt en weidt;
Een volk, tot Zijnen dienst bereid.

3

Gaat tot Zijn poorten in met lof,
Met lofzang in Zijn heilig hof;
Looft Hem aldaar met hart en stem;
Prijst Zijnen naam, verheerlijkt Hem.

4

Want goedertieren is de HEER’;
Zijn goedheid eindigt nimmermeer;
Zijn trouw en waarheid houdt haar kracht
Tot in het laatste nageslacht.

WDogMQpUOiBQc2FsbSAxMDAKTTogQwpMOiAxLzQKQzogcGhyeWdpc2NoClM6IMKpIDIwMjEgLSBsaXR1cmdpZS5udQpROiAxNDAKJSVNSURJIHByb2dyYW0gMQpBMiBCMiBHIGMgQiBBMiBeRyBBMiB6MiB8Cnc6SnVpY2ggYWFyLWRlLCBqdWljaCBhbC1vbSBkZW4gSEVFUuKAmSwKRTIgQSBHIEEyIGMyIGMgQiBjMiB6MiB8Cnc6RGllbnQgR29kIG1ldCBibGlqZC1zY2hhcCwgZ2VlZnQgSGVtIGVlcjsKYzIgZDIgZTIgQSBCIGMyIEEyIEcyIHoyIHwKdzpLb210LCBuYS1kZXJ0IHZvb3IgWmlqbiBhYW4tZ2UtemljaHQ7CkcyIEEgYyBHMiBBMiBHIEYgRTIgejIgfF0KdzpaaW5ndCBIZW0gZWVuIHZyby1saWprIGxvZi1nZS1kaWNodC4K

Onberijmde versie Psalm 100:1-5 (SV) Bijbelvertaling aanpassen

  1. Een lofzang. Gij ganse aarde! juicht den HEERE.
  2. Dient den HEERE met blijdschap, komt voor Zijn aanschijn met vrolijk gezang.
  3. Weet, dat de HEERE is God; Hij heeft ons gemaakt (en niet wij), Zijn volk en de schapen Zijner weide.
  4. Gaat in tot Zijn poorten met lof, in Zijn voorhoven met lofgezang; looft Hem, prijst Zijn Naam.
  5. Want de HEERE is goed; Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid, en Zijn getrouwheid van geslacht tot geslacht.

Samenvatting:

Lofzang op God, Die zijn gelovigen en heel de aarde oproept om Hem te aanbidden en te dienen. 

Instrumentpiano
Zangwijzeritmisch
Snelheid100
BijbelvertalingSV
Tekst16