1

Ik zal met al mijn hart den HEER’,
Blijmoedig geven lof en eer.
Mijn tong zal mijn gemoed verzellen,
En al Uw wonderen vertellen.

2

Ik zal in U, mijn God, van vreugd,
Opspringen, in den geest verheugd;
Uw naam zal door mijn psalmgezangen,
O Allerhoogste, lof ontvangen.

3

Omdat mijn vijand, hoe geducht,
Teruggekeerd is en gevlucht;
Hij is, schoon stout te veld getogen,
Vergaan, gevallen voor Uw ogen.

4

Want, naar Uw allerheiligst recht,
Hebt Gij mijn twistgeding beslecht;
En, op Uw hogen troon gezeten;
Deedt Gij, o Rechter, ’t vonnis weten.

5

Gij scholdt de heid’nen keer op keer;
En wierpt de goddelozen neer;
Hun naam, hun roem hebt Gij vertreden,
En uitgedelgd in eeuwigheden.

6

O vijand, hebt gij door uw macht,
’t Verwoesten voor altoos volbracht?
Hebt gij de steden gans bedorven?
Is haar gedachtenis verstorven?

7

Neen, dwaas, uw hoop zal ras vergaan,
Maar ’s HEEREN troon zal eeuwig staan;
Dien wilde Hij onwrikbaar stichten,
Om naar het heilig recht te richten.

8

Hij zelf zal aan het wereldrond,
Het recht doen horen uit Zijn mond,
De volken voor Zijn vierschaar stellen,
En daar ’t rechtmatig vonnis vellen.

9

De HEERzal zijn een hoog vertrek,
Voor wie getrapt wordt op den nek.
Een hoog vertrek in drukkend lijden;
Een toevlucht in benauwde tijden.

10

Hij, die Uw naam in waarheid kent,
Zal, HEER’, op U in zijn ellend’,
Vertrouwen, wijl Gij nooit liet zuchten,
Hen, die gelovig tot U vluchten.

11

Zingt, zingt den HEER’, die eeuwig leeft,
Die Sion tot Zijn woning heeft;
En laat voor aller volken oren,
Met psalmgezang, Zijn daden horen.

12

Hij zoekt en Hij gedenkt het bloed,
Gestort in wreev’len euvelmoed;
Hij toont der armen nood te weten,
En zal hun kermen niet vergeten.

13

Bewijs, o HEER’, Uw knecht genâ.
Sla mij in mijn ellende gâ.
Zie, hoe mijn haters mij verdrukken,
Gij, die mij wilt den dood ontrukken.

14

Opdat ik, HEER’, U, blij te moê,
In Sions poorten hulde doe,
En in Uw heil, te allen tijde,
Met Sions dochter mij verblijde.

15

De heid’nen zijn, door waan misleid;
Gestort in kuilen, mij bereid;
Hun voet verwart zich in de netten,
Die z’ in ’t verborgen voor mij zetten.

16

Thans is de HEER’ bekend alom,
Door recht te doen bij ’t heidendom.
De goddeloze raakt in banden,
Verstrikt in ’t werk van zijne handen.

17

De stoute zondaars zullen snel,
Teruggekeren naar de hel;
Met al de godvergeten benden,
Der heid’nen, die Zijn wetten schenden.

18

Nooddruftigen vergeet God niet,
Noch laat hen eind’loos in ’t verdriet.
’t Ellendig volk mag op Hem wachten;
Hij zal hun hoop niet steeds verachten.

19

Sta op, o HEER’, en laat den mens,
Zich niet versterken naar zijn wens.
Maar oordeel Gij, in ’t wraakgerichte,
De heid’nen voor Uw aangezichte.

20

O HEER’, jaag hun vervaardheid aan,
En doe den heidenen verstaan;
Dat zij, die Sions rampen wensen,
Geen goden zijn, maar broze mensen.

WDogMQpUOiBQc2FsbSA5OjEKTTogQwpMOiAxLzQKQzogZG9yaXNjaApTOiDCqSAyMDIyIC0gbGl0dXJnaWUubnUKUTogMTQwCiUlTUlESSBwcm9ncmFtIDE2CkQyIEQgRCBBMiBjMiBCIEIgQTIgejIgfAp3OklrIHphbCBtZXQgYWwgbWlqbiBoYXJ0IGRlbiBIRUVS4oCZLApjMiBCMiBBMiBHIEUgRjIgRzIgQTIgejIgfAp3OkJsaWotbW9lLWRpZyBnZS12ZW4gbG9mIGVuIGVlci4KQTIgYyBjIGQyIEEyIGMgYyBCMiBBMiB6MiB8Cnc6TWlqbiB0b25nIHphbCBtaWpuIGdlLW1vZWQgdmVyLXplbC1sZW4sCnogRSBGMiBBMiBHIEUgRiBHIEUyIEQyIHoyIHxdCnc6RW4gYWwgVXcgd29uLWRlLXJlbiB2ZXItdGVsLWxlbi4K

Onberijmde versie Psalm 9:1-21 (HSV) Bijbelvertaling aanpassen

  1. Een psalm van David, voor de koorleider, op ‘Dood van de zoon'.
  2. Ik zal de HEERE loven met heel mijn hart,
    ik zal al Uw wonderen vertellen.
  3. In U zal ik mij verblijden en van vreugde opspringen,
    ik zal voor Uw Naam psalmen zingen, o Allerhoogste!
  4. Want mijn vijanden zijn teruggedeinsd,
    zij zijn gestruikeld en van voor Uw aangezicht omgekomen.
  5. Want U hebt mijn recht en mijn rechtszaak behartigd,
    U hebt Zich gezet op de troon, o rechtvaardige Rechter.
  6. U hebt de heidenvolken bestraft, de goddeloze omgebracht,
    hun naam uitgewist, voor eeuwig en altijd.
  7. O vijand, zijn de verwoestingen voor altijd voltooid?
    Hebt u steden weggerukt?
    Hun nagedachtenis is met hen vergaan!
  8. Maar de HEERE zetelt voor eeuwig,
    Hij heeft Zijn troon gereedgemaakt voor het gericht.
  9. Hij Zelf zal de wereld oordelen in gerechtigheid
    en over de volken op billijke wijze rechtspreken.
  10. De HEERE is een veilige vesting voor de verdrukte,
    een veilige vesting in tijden van benauwdheid.
  11. Wie Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen,
    omdat U, HEERE, niet hebt verlaten wie U zoeken.
  12. Zing psalmen voor de HEERE, Die te Sion woont,
    verkondig onder de volken Zijn daden.
  13. Want Hij eist vergelding voor vergoten bloed, Hij denkt daaraan,
    Hij vergeet het hulpgeroep van de ellendigen niet.
  14. Wees mij genadig, HEERE,
    zie mijn ellende aan, mij aangedaan door wie mij haten,
    U Die mij opheft uit de poorten van de dood.
  15. Dan zal ik al Uw loffelijke daden vertellen in de poorten van de dochter van Sion,
    mij verheugen in Uw heil.
  16. De heidenvolken zonken in het graf dat zij maakten;
    hun voet raakte gevangen in het net dat zij heimelijk spanden.
  17. De HEERE is bekend geworden, Hij heeft recht gedaan.
    De goddeloze raakt verstrikt in het werk van zijn eigen handen.
  18. De goddelozen keren terug, naar de hel toe,
    alle heidenvolken, die God vergeten.
  19. Want de arme wordt niet voor altijd vergeten,
    de hoop van de ellendigen vergaat niet voor eeuwig.
  20. Sta op, HEERE, laat de sterveling zich niet sterk maken;
    laat de heidenvolken voor Uw aangezicht geoordeeld worden.
  21. HEERE, jaag hun vrees aan;
    laat de heidenvolken weten dat zíj stervelingen zijn.

Dichter:

David

Samenvatting:

David dankt God dat Hij recht heeft gedaan en zijn vijanden heeft bestraft. God zal de wereld oordelen en een veilige vesting zijn voor de verdrukte.

Deze website is nog in ontwikkeling

Momenteel is deze website in bèta-versie beschikbaar. U kunt al wel gebruik maken van deze website. In de komende maanden worden moeilijke en verouderde woorden (in de psalmberijming van 1773 en de klassieke liturgische formulieren) voorzien van uitleg. Help mee en ondersteun deze werkzaamheden.

Psalmen: 62 van 162
Formulieren: 0 van 8
Instrumentorgel
Zangwijzeritmisch
Snelheid100
BijbelvertalingHSV
Tekst16