1

Wie zal verkeren, grote God,
In Uwe tent? Wien zult Gij kronen
Met zulk een onwaardeerbaar lot,
Dat hij, bij ’t heuglijkst gunstgenot
Uw heilig Sion moog’ bewonen?

2

Die in zijn wandel zich oprecht;
En wars betoont van valse streken;
Zijn aandacht aan Uw wetten hecht;
Zich op de deugd met ijver legt;
En waarheid met zijn hart blijft spreken.

3

Die met zijn tong niet achterklapt;
Geen kwaad doet aan zijn metgezellen;
Niet in het spoor van laster stapt;
Maar, zo men iemands eer vertrapt,
Dien smaad wil horen noch vertellen.

4

Wiens oog verworpenen veracht,
Maar hen eerbiedigt, die God vrezen.
Die zich voor roek’loos zweren wacht,
Doch ’t geen hij zweert, getrouw betracht,
Al zou ’t hem ook tot schade wezen.

5

Die nooit zijn geld op woeker geeft;
Die, d’ onschuld en het recht genegen;
Het oog op geen geschenken heeft.
Wie dus oprecht en deugdzaam leeft,
Zal nimmer wank’len op zijn wegen.

WDogMQpUOiBQc2FsbSAxNToxCk06IEMKTDogMS80CkM6IG1peG9seWRpc2NoClM6IMKpIDIwMjIgLSBsaXR1cmdpZS5udQpROiAxNDAKJSVNSURJIHByb2dyYW0gMTYKSzogR20KRjIgRiBGIEcyIEIyIEEgQSBHMiB6MiB8Cnc6V2llIHphbCB2ZXIta2UtcmVuLCBncm8tdGUgR29kLApHMiBBIEIgYzIgRzIgQiBCIEEyIEcyIHoyIHwKdzpJbiBVLXdlIHRlbnQ/IFdpZW4genVsdCBHaWoga3JvLW5lbgpHMiBHIEcgRjIgRjIgRyBBIEIyIHoyIHwKdzpNZXQgenVsayBlZW4gb24td2Fhci1kZWVyLWJhYXIgbG90LApkMiBjIEIgQTIgRzIgQiBCIEEyIHoyIHwKdzpEYXQgaGlqLCBiaWp+4oCZdCBoZXVnLWxpamtzdCBndW5zdC1nZS1ub3QKYzIgQiBHIEEyIEcyIEEgQiBHMiBGMiB6MiB8XQp3OlV3IGhlaS1saWcgU2ktb24gbW9vZ+KAmSBiZS13by1uZW4/Cg==

Onberijmde versie Psalm 15:1-5 (HSV) Bijbelvertaling aanpassen

  1. Een psalm van David.
    HEERE, wie zal verblijven in Uw tent?
    Wie zal wonen op Uw heilige berg?
  2. Hij die oprecht wandelt en gerechtigheid beoefent,
    die met zijn hart de waarheid spreekt.
  3. Die met zijn tong niet lastert,
    zijn vrienden geen kwaad doet
    en geen smaad jegens zijn naaste op de lippen neemt.
  4. In zijn ogen is de verworpene veracht,
    maar wie de HEERE vrezen, eert hij.
    Heeft hij gezworen tot zijn schade,
    zijn eed verandert hij evenwel niet.
  5. Zijn geld leent hij niet uit tegen rente,
    een geschenk ten nadele van de onschuldige aanvaardt hij niet.
    Wie deze dingen doet,
    zal niet wankelen, voor eeuwig.

Dichter:

David

Samenvatting:

Psalm van David die de ideale gelovige beschrijft, die Gods heiligdom wil binnengaan om daar in Zijn nabijheid te zijn.

Te zingen bij:

Deze website is nog in ontwikkeling

Momenteel is deze website in bèta-versie beschikbaar. U kunt al wel gebruik maken van deze website. In de komende maanden worden moeilijke en verouderde woorden (in de psalmberijming van 1773 en de klassieke liturgische formulieren) voorzien van uitleg. Help mee en ondersteun deze werkzaamheden.

Psalmen: 83 van 162
Formulieren: 0 van 8
Instrumentorgel
Zangwijzeritmisch
Snelheid100M50
BijbelvertalingHSV
Tekst16