1

Dus heeft de HEER’ tot mijnen Heer’ gesproken:
“Zit op den troon ter rechterhand naast Mij,
Tot Ik de macht Uws vijands heb verbroken,
En u zijn nek tot ene voetbank zij”.

2

Uit Sion zal de HEERUw scepter zenden,
Den scepter van Uw oppermogendheid,
En zeggen: “Heers tot ’s werelds uiterst’ enden,
Zover de macht Uws vijands zich verspreidt”.

3

Uw volk zal op Uw heirdag tot het strijden
Gewillig zijn, in heilig krijgssieraad.
U zal de dauw van Uwe jeugd verblijden,
Geboren uit den vroegen dageraad.

4

U heeft de HEER’, Wien ’t nooit berouwt, gezworen:
“’k Heb U, Mijn volk tot heil, Mijn naam ten prijs,
In Mijnen raad het priesterambt beschoren,
Dat eeuwig duurt naar Melchizédeks wijs”.

5

De HEERzal steeds Uw rechterhand verzellen,
Zijn mogendheid met U ten strijde gaan,
En koningen, die tegen U zich stellen,
Ten dage van Zijn grimmigheid verslaan.

6

Hij zal naar ’t recht de woeste heid’nen richten,
Met lijken ’t veld bezaaien door Zijn hand.
Zijn strijdb’re hand zal straks het hoofd doen zwichten,
’t Weerbarstig hoofd van een zeer machtig land.

7

Hij zal op weg eens drinken uit de beken,
Daar Hij gevaar, noch strijd, noch moeit’ ontziet;
Daarom zal Hij het hoofd naar boven steken,
Met eer bekroond in ’t Godd’lijk rijksgebied.

WDogMQpUOiBQc2FsbSAxMTAKTTogQwpMOiAxLzQKQzogaHlwby1hZW9saXNjaApTOiDCqSAyMDIyIC0gbGl0dXJnaWUubnUKUTogMTQwCiUlTUlESSBwcm9ncmFtIDE4Cks6IEdtCkcyIF5GIEcgQTIgQjIgYyBkIGMgQiBBMiBHMiB6MiB8Cnc6RHVzIGhlZWZ0IGRlIEhFRVLigJkgdG90IG1pai1uZW4gSGVlcuKAmSBnZS1zcHJvLWtlbjoKQjIgQSBHIF5GMiBHMiBBIEcgRyBeRiBHMiB6MiB8Cnc64oCcWml0IG9wIGRlbiB0cm9vbiB0ZXIgcmVjaC10ZXItaGFuZCBuYWFzdCBNaWosCkQyIEcgRyBeRjIgRzIgQiBBIEcgPUYgRTIgRCB8Cnc6VG90IElrIGRlIG1hY2h0IFV3cyB2aWotYW5kcyBoZWIgdmVyLWJyby1rZW4sCkYgRyBBIEIyIEIyIGMgRyBCMiBBMiBHMiB6MiB8XQp3OkVuIHUgemlqbiBuZWsgdG90IGUtbmUgdm9ldC1iYW5rIHppauKAnS4K

Onberijmde versie Psalm 110:1-7 (HSV) Bijbelvertaling aanpassen

  1. Een psalm van David.
    De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken:
    Zit aan Mijn rechterhand,
    totdat Ik Uw vijanden gemaakt zal hebben
    tot een voetbank voor Uw voeten.
  2. De HEERE strekt Uw machtige scepter uit vanuit Sion
    en zegt: Heers te midden van Uw vijanden.
  3. Uw volk is zeer gewillig
    op de dag van Uw kracht,
    getooid met heilig sieraad;
    uit de baarmoeder van de dageraad
    is voor U de dauw van Uw jeugd.
  4. De HEERE heeft gezworen
    en Hij zal er geen berouw van hebben:
    U bent Priester voor eeuwig,
    naar de ordening van Melchizedek.
  5. De Heere is aan Uw rechterhand,
    Hij verplettert koningen op de dag van Zijn toorn.
  6. Hij spreekt recht onder de heidenvolken,
    vult het slagveld met dode lichamen
    en verplettert hem die het hoofd is over een groot land.
  7. Hij drinkt onderweg uit de beek,
    daarom heft Hij Zijn hoofd omhoog.

Samenvatting:

Deze psalm van David heeft een messiaans karakter. De psalmist kondigt een Koning aan, in Wie het priester- en koningschap samenkomen, vergelijkbaar met Melchizedek. Dit was in het Oude Testament niet mogelijk, omdat beide personen uit andere stammen kwamen (Juda en Levi), daarom gaat het in deze profetische psalm over de Messias.

Te zingen bij:

Deze website is nog in ontwikkeling

Momenteel is deze website in bèta-versie beschikbaar. U kunt al wel gebruik maken van deze website. In de komende maanden worden moeilijke en verouderde woorden (in de psalmberijming van 1773 en de klassieke liturgische formulieren) voorzien van uitleg. Help mee en ondersteun deze werkzaamheden.

Instrumentorgel
Zangwijzeritmisch
Snelheid100
BijbelvertalingHSV
Tekst16