1

De HEERis groot; elk zing’ Zijn lof
In Salems stad en tempelhof,
Waar onze God, bij zuiv’re tonen,
Op Zijnen heil’gen berg wil wonen.
Hoe schoon, hoe welgelegen,
Wat vreugd voor d’ aard’, wat zegen,
Is Sions berg! hoe groots, hoe blij,
Hoe heerlijk aan de noorderzij!
Wie is ’t, die niet de Godsstad roemt,
De stad des groten Konings noemt?

2

In haar paleizen vestigt God
Zijn troon; wordt daar erkend, een slot,
Een hoog vertrek voor ’t volk te wezen;
Geen vorsten heeft men daar te vrezen.
Pas hadden zij, verbonden,
Den tocht zich onderwonden;
Pas hadden zij de stad in ’t oog,
Of hun verwond’ring steeg zo hoog,
Dat, Sion slechts van ver te zien,
Hen straks van schrik terug deed vliên.

3

Daar greep hen beving aan, vervaard,
Vol smart, gelijk een vrouw die baart.
Zo doet G’ een oostenwind de kielen
Van Tarsis’ vloot in zee vernielen.
Wij zagen, ’t geen onz’ oren
Voorheen slechts mochten horen;
In deze stad, den troon der eer
Van God, der legerscharen HEER’.
Hij zal, door macht en kloeke daân,
In eeuwigheid haar vast doen staan.

4

Wij, o verheven Majesteit,
Gedenken Uw weldadigheid
In ’t midden van Uw heil’ge woning.
Gelijk Uw naam is; grote Koning,
Bij ons terecht geprezen,
Zo is Uw roem gerezen,
En bij de volken zeer vermaand,
Tot aan het uiterst’ eind der aard.
Uw rechterhand, die ’t kwaad niet duldt,
Is met gerechtigheid vervuld.

5

Dat Sions berg weergalm’ van vreugd,
Laat Juda’s dochters zijn verheugd,
Wijl Gij haar vijand sloegt in ’t strijden.
Gaat Sion rond aan alle zijden;
Telt al den vestingwerken
En torens, die ’t versterken;
Ja ziet met een oplettend oog,
Paleizen steig’ren hemelhoog,
En stout verduren al ’t geweld,
Opdat gij ’t aan uw kroost vertelt.

6

Want deze God is onze God;
Hij is ons deel, ons zalig lot,
Door tijd noch eeuwigheid te scheiden;
Ter dood toe zal Hij ons geleiden.

WDogMQpUOiBQc2FsbSA0ODoxCk06IEMKTDogMS80CkM6IGRvcmlzY2gKUzogwqkgMjAyMiAtIGxpdHVyZ2llLm51ClE6IDE0MAolJU1JREkgcHJvZ3JhbSAxOApGMiBfQiBCIEEyIEEyIEcgRyBGMiB6MiB8Cnc6RGUgSEVFUuKAmSBpcyBncm9vdDsgZWxrIHppbmfigJkgWmlqbiBsb2YKRjIgX0IgQiBBMiBBMiBHIEcgRjIgejIgfAp3OkluIFNhLWxlbXMgc3RhZCBlbiB0ZW0tcGVsLWhvZiwKQTIgX0IgQSBGIEEgRyBGIEUyIEQyIHoyIHwKdzpXYWFyIG9uLXplIEdvZCwgYmlqIHp1aS124oCZcmUgdG8tbmVuLApBMiBfQiBBIEYgQSBHIEYgRTIgRDIgejIgfAp3Ok9wIFppai1uZW4gaGVpbOKAmS1nZW4gYmVyZyB3aWwgd28tbmVuLgpGMiBHMiBBIEIgYyBCIEEyIHwKdzpIb2Ugc2Nob29uLCBob2Ugd2VsLWdlLWxlLWdlbiwKZCBjIEIgQSBBIF5HIEEyIHoyIHwKdzpXYXQgdnJldWdkIHZvb3IgZOKAmX5hYXJk4oCZLCB3YXQgemUtZ2VuLApBMiBBMiBfQiBBIEcgRiBHMiBGMiB6MiB8Cnc6SXMgU2ktb25zIGJlcmchIGhvZSBncm9vdHMsIGhvZSBibGlqLApBMiBBMiBfQiBBIEcgRiBHMiBGMiB6MiB8Cnc6SG9lIGhlZXItbGlqayBhYW4gZGUgbm9vci1kZXItemlqIQpEMiBEMiBBIEEgYyBjIEIyIEEyIHwKdzpXaWUgaXN+4oCZdCwgZGllIG5pZXQgZGUgR29kcy1zdGFkIHJvZW10LApjMiBCMiBBIEYgRyBGIEUyIEQyIHoyIHxdCnc6RGUgc3RhZCBkZXMgZ3JvLXRlbiBLby1uaW5ncyBub2VtdD8K

Onberijmde versie Psalm 48:1-15 (HSV) Bijbelvertaling aanpassen

  1. Een lied, een psalm, van de zonen van Korach.
  2. De HEERE is groot en zeer te prijzen,
    in de stad van onze God, op Zijn heilige berg.
  3. Mooi van ligging,
    een vreugde voor heel de aarde,
    is de berg Sion aan de noordzijde,
    de stad van de grote Koning!
  4. God is in haar paleizen;
    Hij is er bekend als een veilige vesting.
  5. Want zie, koningen hadden zich verzameld,
    zij waren samen opgetrokken.
  6. Zodra zij de stad zagen, waren zij verbijsterd,
    zij werden door schrik overmand, zij haastten zich weg.
  7. Huiver greep hen daar aan,
    smart als van een barende vrouw.
  8. Met een oostenwind breekt U
    de schepen van Tarsis stuk.
  9. Zoals wij het gehoord hadden,
    zo hebben wij het gezien
    in de stad van de HEERE van de legermachten,
    in de stad van onze God:
    God zal haar stand doen houden tot in eeuwigheid.
  10. O God, wij gedenken Uw goedertierenheid
    in het midden van Uw tempel.
  11. Zoals Uw Naam is, o God,
    zo is Uw roem,
    tot aan de einden der aarde;
    Uw rechterhand is vol gerechtigheid.
  12. Laat de berg Sion zich verblijden;
    laat de dochters van Juda zich verheugen omwille van Uw oordelen.
  13. Ga rondom Sion en loop eromheen,
    tel haar torens,
  14. richt uw hart op haar vestingwal,
    kijk nauwkeurig naar haar paleizen
    om het aan de volgende generatie te vertellen.
  15. Want deze God is onze God,
    eeuwig en altijd;
    Híj zal ons leiden tot de dood toe.

Dichter:

De zonen van Korach

Samenvatting:

Deze psalm behoort tot de serie 'liederen van Sion': liederen die Sion (Jeruzalem) bezingen als bijzondere stad waaraan God Zich heeft verplicht. De psalm herinnert aan en grote gebeurtenis, toen heidense machten Jeruzalem belegerden, maar teleurgesteld weggingen. Materiële kracht kan van belang zijn, maar het belangrijkste is dat God Zelf de verdediger van Zijn volk en stad is.

Te zingen bij:

Deze website is nog in ontwikkeling

Momenteel is deze website in bèta-versie beschikbaar. U kunt al wel gebruik maken van deze website. In de komende maanden worden moeilijke en verouderde woorden (in de psalmberijming van 1773 en de klassieke liturgische formulieren) voorzien van uitleg. Help mee en ondersteun deze werkzaamheden.

Psalmen: 43 van 162
Formulieren: 0 van 8
Instrumentorgel
Zangwijzeritmisch
Snelheid100
BijbelvertalingHSV
Tekst16