1

Daal haastig ter verlossing neer,
O God, en red mij uit gevaren,
Uit angsten, die mijn ziel bezwaren,
Spoed U te mijner hulp, o HEER’.
Laat allen, die mijn ziel belagen,
Beschaamd en schaamrood van mij vliên;
Laat, die met vreugd mijn rampen zien,
In hunne wensen nimmer slagen.

2

Laat allen, die met schamp’ren spot,
Mij honen, tergen en onteren,
Hun schimp ten loon, teruggekeren;
Vergaan op Uw geducht gebod.
Laat hen, die zich tot U begeven,
Hen, die Uw heil beminnen, HEER’,
Gedurig juichen tot Uw eer,
En zingen: “God zij hoog verheven!”

3

Ik ben nooddruftig, arm en naakt;
O God, mijn Helper uit ellenden.
Haast U tot mij; wil bijstand zenden;
Uw komst is ’t, die mijn heil volmaakt.

WDogMQpUOiBQc2FsbSA3MApNOiBDCkw6IDEvNApDOiBwaHJ5Z2lzY2gKUzogwqkgMjAyMSAtIGxpdHVyZ2llLm51ClE6IDE0MAolJU1JREkgcHJvZ3JhbSAxCks6IEQKRzIgRjIgQTIgQiBBIEcgRSBGMiB6MiB8Cnc6RGFhbCBoYWFzLXRpZyB0ZXIgdmVyLWxvcy1zaW5nIG5lZXIsCkQyIEEgQSBCMiBCMiBkIGQgYzIgQjIgejIgfAp3Ok8gR29kLCBlbiByZWQgbWlqIHVpdCBnZS12YS1yZW4sCkYyIEIgQiBBMiBkMiBkIGMgQjIgQTIgejIgfAp3OlVpdCBhbmctc3RlbiwgZGllIG1pam4gemllbCBiZS16d2EtcmVuLApGMiBFIEQgRTIgRjIgRyBHIEYyIHoyIHwKdzpTcG9lZCBVIHRlIG1pai1uZXIgaHVscCwgbyBIRUVS4oCZLgpBMiBCMiBkMiBCIEcgQSBBIEcyIEYyIHoyIHwKdzpMYWF0IGFsLWxlbiwgZGllIG1pam4gemllbCBiZS1sYS1nZW4sCkYyIEUgRCBHIEcgRjIgRTIgRDIgejIgfAp3OkJlLXNjaGFhbWQgZW4gc2NoYWFtLXJvb2QgdmFuIG1paiB2bGnDqm47CkQyIEUgRyBGIEQgRTIgRTIgRjIgejIgfAp3OkxhYXQsIGRpZSBtZXQgdnJldWdkIG1pam4gcmFtLXBlbiB6aWVuLApBMiBCMiBBMiBHIEUgRiBBIEcyIEYyIHoyIHxdCnc6SW4gaHVuLW5lIHdlbi1zZW4gbmltLW1lciBzbGEtZ2VuLgo=

Onberijmde versie Psalm 70:1-6 (SV) Bijbelvertaling aanpassen

  1. Een psalm van David, voor den opperzangmeester, om te doen gedenken.
  2. Haast U, o God, om mij te verlossen, o HEERE, tot mijn hulp.
  3. Laat hen beschaamd en schaamrood worden, die mijn ziel zoeken; laat hen achterwaarts gedreven en te schande worden, die lust hebben aan mijn kwaad.
  4. Laat hen terugkeren tot loon hunner beschaming, die daar zeggen: Ha, ha!
  5. Laat in U vrolijk en verblijd zijn allen, die U zoeken; laat de liefhebbers Uws heils geduriglijk zeggen: God zij groot gemaakt!
  6. Doch ik ben ellendig en nooddruftig; o God, haast U tot mij; Gij zijt mijn Hulp en mijn Bevrijder; HEERE, vertoef niet!

Samenvatting:

Smeekgebed van David om spoedige hulp van God vanwege wellustige vijanden. 

Instrumentpiano
Zangwijzeritmisch
Snelheid100
BijbelvertalingSV
Tekst16