1

’k Sla d’ ogen naar ’t gebergte heen,
Vanwaar ik dag en nacht
Des Hoogsten bijstand wacht.
Mijn hulp is van den HEERalleen,
Die hemel, zee en aarde,
Eerst schiep, en sinds bewaarde.

2

Hij is, al treft u ’t felst verdriet,
Uw Wachter, die uw voet
Voor wankelen behoedt;
Hij, Isrels Wachter, sluimert niet;
Geen kwaad zal u genaken;
De HEERzal u bewaken.

3

Zijn wacht, waarop men hopen mag,
Zal, daar zij u bedekt
En u ter schaduw strekt,
De maan bij nacht, de zon bij dag,
In koud’ en gloed vermind’ren,
Opdat zij u niet hind’ren.

4

De HEERzal u steeds gadeslaan,
Opdat Hij in gevaar,
Uw ziel voor ramp bewaar’.
De HEER’, ’t zij g’ in of uit moogt gaan,
En waar g’ u heen moogt spoeden,
Zal eeuwig u behoeden.

WDogMQpUOiBQc2FsbSAxMjEKTTogQwpMOiAxLzQKQzogaHlwby1taXhvbHlkaXNjaApTOiDCqSAyMDIxIC0gbGl0dXJnaWUubnUKUTogMTQwCiUlTUlESSBwcm9ncmFtIDEKSzogR20KRjIgRzIgRiBCMiBBIEcgRyBGMiB6MiB8Cnc64oCZa35TbGEgZOKAmX5vLWdlbiBuYWFyIOKAmXR+Z2UtYmVyZy10ZSBoZWVuLApCMiBCIEEgQjIgYzIgZCBAIHwKdzpWYW4td2FhciBpayBkYWcgZW4gbmFjaHQKZCBjIEIgQiBBIEIyIHoyIHwKdzpEZXMgSG9vZy1zdGVuIGJpai1zdGFuZCB3YWNodC4KRjIgRyBBIEIgQTIgRzIgXkYgRzIgejIgfAp3Ok1pam4gaHVscCBpcyB2YW4gZGVuIEhFRVLigJkgYWwtbGVlbiwKQjIgQSBHIEYgRSBEMiBDIEAgfAp3OkRpZSBoZS1tZWwsIHplZSBlbiBhYXItZGUsCkYgRiBHIEEyIEIyIEcyIEYyIHoyIHxdCnc6RWVyc3Qgc2NoaWVwLCBlbiBzaW5kcyBiZS13YWFyLWRlLgo=

Onberijmde versie Psalm 121:1-8 (SV) Bijbelvertaling aanpassen

  1. Een lied Hammaaloth. Ik hef mijn ogen op naar de bergen, van waar mijn hulp komen zal.
  2. Mijn hulp is van den HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft.
  3. Hij zal uw voet niet laten wankelen; uw Bewaarder zal niet sluimeren.
  4. Ziet, de Bewaarder Israels zal niet sluimeren, noch slapen.
  5. De HEERE is uw Bewaarder, de HEERE is uw Schaduw, aan uw rechterhand.
  6. De zon zal u des daags niet steken, noch de maan des nachts.
  7. De HEERE zal u bewaren van alle kwaad; uw ziel zal Hij bewaren.
  8. De HEERE zal uw uitgang en uw ingang bewaren, van nu aan tot in der eeuwigheid.

Samenvatting:

Eén van de 15 pelgrimsliederen: psalmen die werden gezongen tijdens de bedevaart naar Jeruzalem ter gelegenheid van de grote, jaarlijkse feesten, waarbij de pelgrims optrokken naar de heilige stad, die op een berg ligt. Deze vertrouwenspsalm is opgezet als een dialoog tussen twee pelgrims of tussen een pelgrim en een priester. De ene persoon verlaat het heiligdom en de andere persoon verzekert dat de eerste persoon Goddelijke bescherming geniet.

Te zingen bij:

Instrumentpiano
Zangwijzeritmisch
Snelheid100
BijbelvertalingSV
Tekst16