1

D’ algoede God zij ons genadig,
En zegen’ ons met overvloed;
Hij doe Zijn aangezicht gestadig,
Ons lichten en Hij zij ons goed;
Opdat elk genegen,
Zich aan Uwe wegen,
Op deez’ aarde wenn’;
En de blinde heiden,
Nu van God gescheiden,
Eens Uw heil erkenn’.

2

De volken zullen U belijden,
O God, U loven al te zaâm.
De landen zullen zich verblijden,
En juichen over Uwen naam.
Volken zult Gij rechten,
Hunne zaak beslechten,
In rechtmatigheid;
Volken op deez’ aarde,
Die Uw arm vergaarde,
Die Gij veilig leidt.

3

De volken zullen, HEER’, U loven;
O HEER’, U loven altemaal,
Die d’ aarde vruchtbaar maakt van boven
Dat z’ ons op haar gewas onthaal’.
God is ons genegen;
Onze God geeft zegen
Hij, die alles geeft,
Hij zal zijn geprezen,
Hem zal alles vrezen,
Wat op aarde leeft.

WDogMQpUOiBQc2FsbSA2NwpNOiBDCkw6IDEvNApDOiBkb3Jpc2NoClM6IMKpIDIwMjEgLSBsaXR1cmdpZS5udQpROiAxNDAKJSVNSURJIHByb2dyYW0gMQpEMiBBIEEgYyBCIEEgRyBGMiBFMiB6MiB8Cnc6ROKAmX5hbC1nb2UtZGUgR29kIHppaiBvbnMgZ2UtbmEtZGlnLApFMiBGIEcgQSBkIGMyIEIyIEEyIHoyIHwKdzpFbiB6ZS1nZW7igJkgb25zIG1ldCBvLXZlci12bG9lZDsKRDIgQSBBIGMgQiBBIEcgRjIgRTIgejIgfAp3OkhpaiBkb2UgWmlqbiBhYW4tZ2UtemljaHQgZ2Utc3RhLWRpZywKRTIgRiBHIEEgZCBjMiBCMiBBMiB6MiB8Cnc6T25zIGxpY2gtdGVuIGVuIEhpaiB6aWogb25zIGdvZWQ7CkUgRSBHIEcgRjIgRTIgejIgfAp3Ok9wLWRhdCBlbGsgZ2UtbmUtZ2VuLApFIEUgRyBHIEYyIEUyIHoyIHwKdzpaaWNoIGFhbiBVLXdlIHdlLWdlbiwKYzIgQiBBMiBeRyBBMiB6MiB8Cnc6T3AgZGVleuKAmSBhYXItZGUgd2VubuKAmTsKZCBkIGUgZCBjMiBBMiB6MiB8Cnc6RW4gZGUgYmxpbi1kZSBoZWktZGVuLApFMiBHMiBBIEIgYzIgQTIgejIgfAp3Ok51IHZhbiBHb2QgZ2Utc2NoZWktZGVuLApBMiBHIEYgRTIgRDIgejIgfF0KdzpFZW5zIFV3IGhlaWwgZXIta2VubuKAmS4K

Onberijmde versie Psalm 67:1-8 (SV) Bijbelvertaling aanpassen

  1. Een psalm, een lied, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.
  2. God zij ons genadig en zegene ons; Hij doe Zijn aanschijn aan ons lichten. Sela.
  3. Opdat men op de aarde Uw weg kenne, onder alle heidenen Uw heil.
  4. De volken zullen U, o God! loven; de volken, altemaal, zullen U loven.
  5. De natien zullen zich verblijden en juichen, omdat Gij de volken zult richten in rechtmatigheid; en de natien op de aarde die zult Gij leiden. Sela.
  6. De volken zullen U, o God! loven; de volken, altemaal, zullen U loven.
  7. De aarde geeft haar gewas; God, onze God, zal ons zegenen.
  8. God zal ons zegenen; en alle einden der aarde zullen Hem vrezen.

Samenvatting:

Danklied voor de oogst en ook een gebed tot God om Zijn volk Israël te zegenen, zodat de rest van de wereld tot de kennis van de ware God zal komen.

Te zingen bij:

Instrumentpiano
Zangwijzeritmisch
Snelheid100
BijbelvertalingSV
Tekst16