6

’k Heb hun hals bevrijd
Van den last te dragen.
’t Was die blijde tijd,
Toen hun moede hand
Werd in ’s vijands land
Van den pot ontslagen.

7

Op uw noodgeschrei,
Deed Ik grote wond’ren;
Onder Mijn gelei
Vondt gij hulp; Mijn woord
Werd van u gehoord
Uit de plaats der dond’ren.

8

’k Nam te Meriba
Proef van uw vertrouwen,
Of g’ op Mijn genâ,
In uw tegenheên,
Op Mijn naam alleen
En Mijn woord zoudt bouwen.

9

Hoort Mij, zei Ik toen,
Onder u betuigen,
Wat gij hebt te doen;
Och, dat Israël
Zich, op Mijn bevel,
Onder Mij wou buigen!

10

Eert geen uitlands God;
Wacht u voor uw zielen;
Wilt, naar Mijn gebod,
Mijnen naam ten hoon,
Voor geen valse goôn,
Voor geen vreemde knielen.

11

Ik, Ik ben de HEER’;
’k Ben uw God, die heilig
IJver voor Mijn eer;
Die u door Mijn hand
Uit Egypteland
Leidde, vrij en veilig.

WDogMQpUOiBQc2FsbSA4MTo2Ck06IEMKTDogMS80CkM6IGlvbmlzY2gKUzogwqkgMjAyMiAtIGxpdHVyZ2llLm51ClE6IDE0MAolJU1JREkgcHJvZ3JhbSAxOApLOiBECkEyIEEyIEIgYyBkMiBAIHwKdzrigJlrfkhlYiBodW4gaGFscyBiZS12cmlqZApkMiBjMiBCIEEgQjIgQTIgejIgfAp3OlZhbiBkZW4gbGFzdCB0ZSBkcmEtZ2VuLgpBMiBBMiBCIGMgZDIgQCB8Cnc64oCZdH5XYXMgZGllIGJsaWotZGUgdGlqZCwKQSBCIEEyIEcyIEYyIHoyIHwKdzpUb2VuIGh1biBtb2UtZGUgaGFuZApBIEIgQTIgRzIgRjIgQCB8Cnc6V2VyZCBpbiDigJlzfnZpai1hbmRzIGxhbmQKQiBBIEcgRiBFMiBEMiB6MiB8XQp3OlZhbiBkZW4gcG90IG9udC1zbGEtZ2VuLgo=

Onberijmde versie Psalm 81:1-17 (HSV) Bijbelvertaling aanpassen

  1. Voor de koorleider, op ‘De Gittith’, een psalm van Asaf.
  2. Zing vrolijk voor God, onze kracht;
    juich voor de God van Jakob.
  3. Hef psalmgezang aan en laat de tamboerijn horen,
    de lieflijke harp met de luit.
  4. Blaas op de bazuin bij nieuwemaan,
    bij vollemaan, op onze feestdag.
  5. Want dit is een verordening in Israël,
    een bepaling van de God van Jakob.
  6. Hij heeft deze ingesteld tot een getuigenis in Jozef,
    nadat Hij opgetrokken was tegen het land Egypte.
    Daar, zei Israël, heb ik een taal gehoord
    die ik niet verstond.
  7. Ik heb de last van zijn schouder weggenomen,
    zijn handen hebben de manden losgelaten.
  8. In de benauwdheid riep u en Ik redde u,
    Ik antwoordde u uit de schuilplaats van de donder;
    Ik beproefde u bij het water van Meriba.
  9. Mijn volk, zei Ik, luister, en Ik zal onder u getuigen;
    Israël, als u naar Mij luisterde!
  10. Er mag onder u geen andere god zijn,
    u mag zich voor geen vreemde god neerbuigen.
  11. Ik ben de HEERE, uw God,
    Die u uit het land Egypte leidde.
    Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen.
  12. Maar Mijn volk heeft naar Mijn stem niet geluisterd,
    Israël is tegenover Mij onwillig geweest.
  13. Daarom gaf Ik hen over aan hun verharde hart,
    zodat zij in hun eigen opvattingen voortgingen.
  14. Och, had Mijn volk naar Mij geluisterd,
    was Israël in Mijn wegen gegaan!
  15. In korte tijd zou Ik hun vijanden onderworpen hebben
    en Mijn hand gekeerd hebben tegen hun tegenstanders.
  16. Wie de HEERE haten, zouden zich geveinsd aan Hem onderworpen hebben;
    maar hún tijd zou voor eeuwig geweest zijn:
  17. Hij zou van de beste tarwe te eten gegeven hebben,
    ja, Ik zou u verzadigd hebben met honing uit de rots.

Dichter:

Asaf

Samenvatting:

Profetisch lied van Asaf. De psalm overziet de geschiedenis van het verbond vanaf het begin, klaagt Israël aan wegens ontrouw en dringt erop aan het verbond in acht te nemen. Dan zal God Israëls vijanden onderwerpen.

Te zingen bij:

Deze website is nog in ontwikkeling

Momenteel is deze website in bèta-versie beschikbaar. U kunt al wel gebruik maken van deze website. In de komende maanden worden moeilijke en verouderde woorden (in de psalmberijming van 1773 en de klassieke liturgische formulieren) voorzien van uitleg. Help mee en ondersteun deze werkzaamheden.

Psalmen: 48 van 162
Formulieren: 0 van 8
Instrumentorgel
Zangwijzeritmisch
Snelheid100
BijbelvertalingHSV
Tekst16