11

De steen, dien door de tempelbouwers
Veracht’lijk was een plaats ontzegd,
Is, tot verbazing der beschouwers,
Van God ten hoofd des hoeks gelegd.
Dit werk is door Gods alvermogen,
Door ’s HEEREN hand alleen geschied;
Het is een wonder in onz’ ogen:
Wij zien het, maar doorgronden ’t niet.

12

Dit is de dag, de roem der dagen,
Dien Isrels God geheiligd heeft.
Laat ons verheugd, van zorg ontslagen,
Hem roemen, die ons blijdschap geeft.
Och HEER’, geef thans Uw zegeningen;
Och HEER’, geef heil op dezen dag;
Och, dat men op deez’ eerstelingen
Een rijken oogst van voorspoed zag.

13

Gezegend zij de grote Koning,
Die tot ons komt in ’s HEEREN naam;
Wij zeeg’nen u uit ’s HEEREN woning;
Wij zegenen u altezaam.
De HEERis God, door Wien w’ aanschouwen
Het vrolijk licht, na bang gevaar.
Bindt d’ offerdieren dan met touwen
Tot aan de hoornen van ’t altaar.

14

Gij zijt mijn God, U zal ik loven,
Verhogen Uwe majesteit.
Mijn God, niets gaat Uw roem te boven;
U prijz’ ik tot in eeuwigheid.
Laat ieder ’s HEEREN goedheid loven,
Want goed is d’ Oppermajesteit:
Zijn goedheid gaat het al te boven;
Zijn goedheid duurt in eeuwigheid!

WDogMQpUOiBQc2FsbSAxMTg6MTEKTTogQwpMOiAxLzQKQzogaHlwby1pb25pc2NoClM6IMKpIDIwMjIgLSBsaXR1cmdpZS5udQpROiAxNDAKJSVNSURJIHByb2dyYW0gMTYKSzogRwpHMiBFIEQgRyBHIEEgYyBCMiBBMiB6MiB8Cnc6RGUgc3RlZW4sIGRpZW4gZG9vciBkZSB0ZW0tcGVsLWJvdS13ZXJzCmQyIEIgQiBHIGMgQjIgQTIgRzIgejIgfAp3OlZlci1hY2h04oCZLWxpamsgd2FzIGVlbiBwbGFhdHMgb250LXplZ2QsCkcyIEUgRCBHIEcgQSBjIEIyIEEyIHoyIHwKdzpJcywgdG90IHZlci1iYS16aW5nIGRlciBiZS1zY2hvdS13ZXJzLApkMiBjIEIgQSBHIEcgRiBHMiB6MiB8Cnc6VmFuIEdvZCB0ZW4gaG9vZmQgZGVzIGhvZWtzIGdlLWxlZ2QuCmQyIGQgYyBCMiBBMiBHIEYgRTIgRDIgejIgfAp3OkRpdCB3ZXJrIGlzIGRvb3IgR29kcyBhbC12ZXItbW8tZ2VuLApEMiBHIEcgRiBFIEcyIEEyIEIyIHoyIHwKdzpEb29yIOKAmXN+SEVFLVJFTiBoYW5kIGFsLWxlZW4gZ2Utc2NoaWVkOwpHMiBHIEEgQiBHIGMgYyBCMiBBMiB6MiB8Cnc6SGV0IGlzIGVlbiB3b24tZGVyIGluIG9ueuKAmSBvLWdlbjoKZDIgYyBCIEEgRyBHIEYgRzIgejIgfF0KdzpXaWogemllbiBoZXQsIG1hYXIgZG9vci1ncm9uLWRlbiDigJl0fm5pZXQuCg==

Onberijmde versie Psalm 118:1-29 (HSV) Bijbelvertaling aanpassen

  1. Loof de HEERE, want Hij is goed,
    want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.
  2. Laat Israël toch zeggen:
    Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.
  3. Laat het huis van Aäron toch zeggen:
    Ja, Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.
  4. Laten wie de HEERE vrezen, toch zeggen:
    Ja, Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.
  5. Uit de benauwdheid heb ik tot de HEERE geroepen,
    de HEERE heeft mij verhoord en in de ruimte gezet.
  6. De HEERE is bij mij, ik ben niet bevreesd.
    Wat kan een mens mij doen?
  7. De HEERE is bij mij, te midden van wie mij helpen,
    daarom zie ík neer op wie mij haten.
  8. Het is beter tot de HEERE de toevlucht te nemen
    dan op de mensen te vertrouwen.
  9. Het is beter tot de HEERE de toevlucht te nemen
    dan op edelen te vertrouwen.
  10. Alle heidenvolken hadden mij omringd;
    in de Naam van de HEERE heb ik ze neergehouwen!
  11. Zij hadden mij omringd, ja, zij hadden mij omringd;
    in de Naam van de HEERE heb ik ze neergehouwen!
  12. Zij hadden mij omringd als bijen,
    zij zijn uitgedoofd als een doornenvuur;
    in de Naam van de HEERE heb ik ze neergehouwen!
  13. Zeer hard had u mij weggestoten, zodat ik bijna viel,
    maar de HEERE heeft mij geholpen.
  14. De HEERE is mijn kracht en mijn psalm,
    want Hij is mij tot heil geweest.
  15. In de tenten van de rechtvaardigen
    klinkt luide vreugdezang, een lied van verlossing:
    De rechterhand van de HEERE doet krachtige daden,
  16. de rechterhand van de HEERE is hoogverheven,
    de rechterhand van de HEERE doet krachtige daden.
  17. Ik zal niet sterven maar leven,
    en ik zal de werken van de HEERE vertellen.
  18. De HEERE heeft mij wel zwaar gestraft,
    maar aan de dood heeft Hij mij niet overgegeven.
  19. Doe de poorten van de gerechtigheid voor mij open,
    daardoor zal ik binnengaan, ik zal de HEERE loven.
  20. Dit is de poort van de HEERE,
    daar zullen de rechtvaardigen door binnengaan.
  21. Ik zal U loven, omdat U mij verhoord hebt
    en mij tot heil geweest bent.
  22. De steen die de bouwers verworpen hadden,
    is tot een hoeksteen geworden.
  23. Dit is door de HEERE geschied,
    het is wonderlijk in onze ogen.
  24. Dit is de dag die de HEERE gemaakt heeft,
    laten wij op deze dag ons verheugen en verblijd zijn.
  25. Och HEERE, breng toch heil;
    och HEERE, geef toch voorspoed.
  26. Gezegend wie komt in de Naam van de HEERE!
    Wij zegenen u vanuit het huis van de HEERE.
  27. De HEERE is God, Hij heeft ons licht gegeven.
    Bind het feestoffer vast met touwen
    tot aan de horens van het altaar.
  28. U bent mijn God, daarom zal ik U loven;
    mijn God, ik zal U roemen.
  29. Loof de HEERE, want Hij is goed,
    want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.

Dichter:

Onbekend

Samenvatting:

Dankpsalm, die lof brengt aan God voor de bescherming en redding van de koning, die op de troon is gekomen ondanks de afwijzing door de leiders van het volk en die een militaire overwinning heeft behaald op zijn vijanden. Vers 22 wordt in het Nieuwe Testament meerdere malen toegepast op de Messias.

Te zingen bij:

Messiaanse psalm

Deze psalm bevat één of meerdere profetieën die door Jezus Christus, de Zoon van God, zijn vervuld tijdens Zijn geboorte, leven op aarde of Zijn lijden en sterven aan het kruis. In de onberijmde tekst zijn deze rood weergegeven.

Bekijk de profetie en de vervulling op messias.nu

Deze website is nog in ontwikkeling

Momenteel is deze website in bèta-versie beschikbaar. U kunt al wel gebruik maken van deze website. In de komende maanden worden moeilijke en verouderde woorden (in de psalmberijming van 1773 en de klassieke liturgische formulieren) voorzien van uitleg. Help mee en ondersteun deze werkzaamheden.

Psalmen: 83 van 162
Formulieren: 0 van 8
Instrumentorgel
Zangwijzeritmisch
Snelheid100M50
BijbelvertalingHSV
Tekst16