5

In God is al mijn heil, mijn eer,
Mijn sterke rots, mijn tegenweer;
God is mijn toevlucht in het lijden.
Vertrouw op Hem, o volk, in smart,
Stort voor Hem uit uw ganse hart:
God is een toevlucht t’ allen tijde.

6

Gemene lieden immers zijn
Slechts ijdelheid, een damp, een schijn;
De groten anders niet dan logen;
Zij zouden, hoe hun hart zich vleit,
Nog lichter zijn dan d’ ijdelheid,
In ene weegschaal opgewogen.

7

Vertrouwt, wat uw begeert’ ook zij,
Nooit op geweld of roverij,
En wordt niet ijdel, als ’t vermogen
Gedurig aanwast; waakt en let.
Dat gij het hart er nooit op zet,
Zo wordt ge door geen schijn bedrogen.

8

Eenmaal sprak God tot mij een woord,
Tot tweemaal toe heb ik ’t gehoord;
Dat ’s HEEREN zijn de sterkt’ en krachten.
Ook is bij U de goedheid, HEER’;
Dies heeft van U elk sterv’ling weer,
Vergelding naar zijn werk te wachten.

WDogMQpUOiBQc2FsbSA2Mjo1Ck06IEMKTDogMS80CkM6IGRvcmlzY2gKUzogwqkgMjAyMiAtIGxpdHVyZ2llLm51ClE6IDE0MAolJU1JREkgcHJvZ3JhbSAxOApLOiBECkUyIEIyIEcyIEEyIEEgRyBGMiBFMiB6MiB8Cnc6SW4gR29kIGlzIGFsIG1pam4gaGVpbCwgbWlqbiBlZXIsCkUyIEcgQSBCIGQgYyBjIEIyIHoyIHwKdzpNaWpuIHN0ZXIta2Ugcm90cywgbWlqbiB0ZS1nZW4td2VlcjsKQjIgPWMgQiBBIEcgRiBFIEYyIEUyIHoyIHwKdzpHb2QgaXMgbWlqbiB0b2Utdmx1Y2h0IGluIGhldCBsaWotZGVuLgpHMiBHIEcgQTIgRyBGIEUyIEQyIHoyIHwKdzpWZXItdHJvdXcgb3AgSGVtLCBvIHZvbGssIGluIHNtYXJ0LApFMiBCIEIgRyBCIEEyIEcyIEYyIHoyIHwKdzpTdG9ydCB2b29yIEhlbSB1aXQgdXcgZ2FuLXNlIGhhcnQ6CkIyIEEgRyBGIEUgRyBBIEYyIEUyIHoyIHxdCnc6R29kIGlzIGVlbiB0b2Utdmx1Y2h0IHTigJl+YWwtbGVuIHRpai1kZS4K

Onberijmde versie Psalm 62:1-13 (HSV) Bijbelvertaling aanpassen

  1. Een psalm van David, voor de koorleider, over Jeduthun.
  2. Zeker, mijn ziel is stil voor God;
    van Hem is mijn heil.
  3. Zeker, Hij is mijn rots en mijn heil,
    mijn veilige vesting; ik zal niet al te zeer wankelen.
  4. Hoelang bedenkt u nog kwaad tegen een man?
    U zult allen gedood worden;
    u zult zijn als een hellende wand,
    een instortende muur.
  5. Zeker, zij beraadslagen om hem van zijn hoogte af te stoten.
    Zij scheppen behagen in leugen;
    met hun mond zegenen zij,
    maar in hun binnenste vervloeken zij.
  6. Zeker, mijn ziel, zwijg voor God,
    want van Hem is mijn verwachting.
  7. Zeker, Hij is mijn rots en mijn heil,
    mijn veilige vesting; ik zal niet wankelen.
  8. In God is mijn heil en mijn eer;
    mijn sterke rots, mijn toevlucht is in God.
  9. Vertrouw op Hem te allen tijde, volk;
    stort uw hart uit voor Zijn aangezicht.
    God is voor ons een toevlucht.
  10. Zeker, eenvoudigen zijn een zucht,
    aanzienlijken een leugen;
    in de weegschaal gewogen,
    zijn zij tezamen lichter dan een zucht.
  11. Vertrouw niet op onderdrukking,
    stel geen ijdele hoop op roof.
    Als het vermogen toeneemt,
    zet er het hart niet op.
  12. God heeft één ding gesproken,
    ik heb dit tweemaal gehoord:
    dat de kracht van God is.
  13. Ook de goedertierenheid is van U, Heere,
    want U zult eenieder vergelden naar zijn werk.

Dichter:

David

Samenvatting:

David vertrouwt zichzelf stil toe aan God, want van Hem is zijn verwachting, tegenover zijn vijanden die macht en rijkdom gebruiken om anderen te onderdrukken.

Te zingen bij:

Deze website is nog in ontwikkeling

Momenteel is deze website in bèta-versie beschikbaar. U kunt al wel gebruik maken van deze website. In de komende maanden worden moeilijke en verouderde woorden (in de psalmberijming van 1773 en de klassieke liturgische formulieren) voorzien van uitleg. Help mee en ondersteun deze werkzaamheden.

Psalmen: 56 van 162
Formulieren: 0 van 8
Instrumentorgel
Zangwijzeritmisch
Snelheid100
BijbelvertalingHSV
Tekst16