6

Ja, elk der vorsten zal zich buigen
En vallen voor Hem neer;
Al ’t heidendom Zijn lof getuigen,
Dienstvaardig tot Zijn eer.
’t Behoeftig volk, in hunne noden
In hun ellend’ en pijn,
Gans hulpeloos tot Hem gevloden,
Zal Hij ten Redder zijn.

7

Nooddruftigen zal Hij verschonen;
Aan armen, uit genâ
Zijn hulpe ter verlossing tonen;
Hij slaat hun zielen ga.
Als hen geweld en list bestrijden,
Al gaat het nog zo hoog;
Hun bloed, hun tranen en hun lijden
Zijn dierbaar in Zijn oog.

8

“Zo moet de Koning eeuwig leven.”
Bidt elk met diep ontzag;
Men zal Hem ’t goud van Scheba geven,
Hem zeeg’nen, dag bij dag.
Is op het land een handvol koren,
Gekoesterd door de zon,
’t Zal op ’t gebergt’ geruis doen horen,
Gelijk de Libanon.

9

De stedelingen zullen bloeien,
Gelijk het malse kruid.
Zijn naam en roem zal eeuwig groeien;
Ook zal, eeuw in, eeuw uit,
Het nageslacht Zijn grootheid zingen,
Zolang het zonlicht schijn’,
Hun zal een schat van zegeningen,
In Hem, ten erfdeel zijn.

10

Dan zal na zoveel gunstbewijzen,
’t Gezegend heidendom,
’t Geluk van dezen Koning prijzen,
Die Davids troon beklom.
Geloofd zij God, dat eeuwig Wezen,
Bekleed met mogendheên;
De HEER’, in Israël geprezen,
Doet wond’ren, Hij alleen.

11

Zijn naam moet eeuwig eer ontvangen;
Men loov’ Hem vroeg en spa;
De wereld hoor’, en volg’ mijn zangen,
Met amen, amen na.

WDogMQpUOiBQc2FsbSA3MgpNOiBDCkw6IDEvNApDOiBhZW9saXNjaApTOiDCqSAyMDIyIC0gbGl0dXJnaWUubnUKUTogMTQwCiUlTUlESSBwcm9ncmFtIDE4Cks6IEdtCmQyIGQgZCBHMiBkMiBlIGQgYzIgQjIgejIgfAp3OkphLCBlbGsgZGVyIHZvci1zdGVuIHphbCB6aWNoIGJ1aS1nZW4KYzIgZCBjIEIyIEEyIEcyIHoyIHwKdzpFbiB2YWwtbGVuIHZvb3IgSGVtIG5lZXI7CmQyIGQgZCBHMiBkMiBlIGQgYzIgQjIgejIgfAp3OkFsIOKAmXR+aGVpLWRlbi1kb20gWmlqbiBsb2YgZ2UtdHVpLWdlbiwKYzIgZCBjIEIyIEEyIEcyIHoyIHwKdzpEaWVuc3QtdmFhci1kaWcgdG90IFppam4gZWVyLgpHMiBCIEIgQSBBIEIgYyBkMiBjMiB6MiB8Cnc64oCZdH5CZS1ob2VmLXRpZyB2b2xrLCBpbiBodW4tbmUgbm8tZGVuCmQyIGUgZCBjIGMgQjIgejIgfAp3OkluIGh1biBlbC1sZW5k4oCZIGVuIHBpam4sCmQyIGMgQiBBIEYgRyBBIEIyIEEyIHoyIHwKdzpHYW5zIGh1bC1wZS1sb29zIHRvdCBIZW0gZ2UtdmxvLWRlbiwKQjIgYyBCIEEgQSBHMiB6MiB8XQp3OlphbCBIaWogdGVuIFJlZC1kZXIgemlqbi4K

Onberijmde versie Psalm 72:1-20 (HSV) Bijbelvertaling aanpassen

  1. Voor Salomo.
    O God, geef de koning Uw recht
    en Uw gerechtigheid aan de zoon van de koning.
  2. Dan zal hij over Uw volk rechtspreken met gerechtigheid
    en over Uw ellendigen met recht.
  3. De bergen zullen voor het volk vrede dragen
    en de heuvels, met gerechtigheid.
  4. Hij zal de ellendigen van het volk recht doen,
    hij zal de kinderen van de arme verlossen
    en de onderdrukker verbrijzelen.
  5. Zij zullen U vrezen, zolang de zon en de maan er zijn,
    van generatie op generatie.
  6. Hij zal neerdalen als regen op het gemaaide veld,
    als regendruppels die de aarde bevochtigen.
  7. In zijn dagen zal de rechtvaardige tot bloei komen;
    er zal grote vrede zijn, tot de maan er niet meer is.
  8. Hij zal heersen van zee tot zee,
    van de rivier de Eufraat tot de einden der aarde.
  9. De woestijnbewoners zullen voor hem neerbukken,
    zijn vijanden zullen het stof oplikken.
  10. De koningen van Tarsis en de kustlanden
    zullen schatting brengen;
    de koningen van Sjeba en Seba
    zullen schatten aanvoeren.
  11. Ja, alle koningen zullen zich voor hem neerbuigen,
    alle heidenvolken zullen hem dienen.
  12. Want hij zal de arme redden die om hulp roept,
    en de ellendige, en wie geen helper heeft.
  13. Hij zal de geringe en arme sparen
    en de ziel van de armen verlossen.
  14. Hij zal hun ziel van list en geweld bevrijden,
    hun bloed is kostbaar in zijn ogen.
  15. Hij zal leven!
    Men zal Hem van het goud van Sjeba geven,
    men zal voortdurend voor Hem bidden,
    de hele dag zal men Hem zegenen.
  16. Is er een handvol koren op het land,
    op de top van de bergen,
    de vrucht daarvan zal ruisen als de Libanon;
    de stedelingen zullen bloeien als het gewas op de aarde.
  17. Zijn naam zal voor eeuwig blijven;
    zolang de zon er is, wordt zijn naam van kind tot kind voortgeplant.
    Zij zullen in Hem gezegend worden;
    alle heidenvolken zullen Hem gelukkig prijzen.
  18. Geloofd zij de HEERE God, de God van Israël;
    Hij doet wonderen, Hij alleen.
  19. Geloofd zij voor eeuwig Zijn heerlijke Naam;
    laat heel de aarde met Zijn heerlijkheid vervuld worden.
    Amen, ja, amen.
  20. Hier eindigen de gebeden van David, de zoon van Isaï.

Samenvatting:

Dit gebed voor de koning is mogelijk gebruikt tijdens de kroning van Salomo en zijn nakomelingen. Het gebed vraagt om succes voor de taak van de koning: Gods volk goed regeren, de armen beschermen en zegen brengen aan alle landen van de aarde. Een taak die ook van toepassing is op de Messias.

Te zingen bij:

Deze website is nog in ontwikkeling

Momenteel is deze website in bèta-versie beschikbaar. U kunt al wel gebruik maken van deze website. In de komende maanden worden moeilijke en verouderde woorden (in de psalmberijming van 1773 en de klassieke liturgische formulieren) voorzien van uitleg. Help mee en ondersteun deze werkzaamheden.

Instrumentorgel
Zangwijzeritmisch
Snelheid100
BijbelvertalingHSV
Tekst16